AFC column Michael Parsser

“Er is er maar 1 die als eerste mag!”
Column van 4 april 2016

Het is weer april. De maand die begint met slechte grappen, de maand van koningsdag, het lentegevoel, de maand van: “het is april, dus we gaan op het terras zitten ondanks dat het net zo koud is als in maart,” maar vooral de maand van de beslissingen in de voetbalcompetities.
En wat is het spannend dit jaar. De eredivisie, Premier League, de Serie A, Premiera Division, de reserve 3e klasse, de zaterdag 2e klasse A, en zelfs in de Bundesliga is er nog iets van spanning.
Maar die spanning gaat nu tot een climax komen, Langzaamaan zie je ze voorbij komende deze maand, de lachende gezichten, champagne, badjassen, en de verschillende schalen. En elke keer denkt iedere amateur voetballer weer terug aan die keer dat je zelf kampioen werd.

Ik denk terug aan het seizoen 1995-1996, 20 jaar geleden.
Het was een prachtig seizoen. Ik mocht mascotte zijn bij AFC 1. Een mooi AFC- team met spelers als Roy Tular, Erwin Smit, Rokus Hoogendoorn, Nils Adriaans, Ronald van de Meent en Joey Zebeda.
Maar ook het seizoen waarin Ajax wederom onverslaanbaar was, zowel nationaal als internationaal.
Maar niet alleen Ajax was dat jaar onverslaanbaar. Ook AFC F1 met onder andere ras AFC-ers als David Weinstein, Joey Singels, Essam Jansen en ondergetekende in de gelederen. Dit alles onder  leiding  van onze geweldige trainer en leider (tegenwoordig teammanager genoemd) Mario Singels die ons voor het eerst liet kennismaken met het Tiki-Taka voetbal, toen nog gewoon bekend als ‘ De Nederlandse School’.
Een fantastisch jaar. We speelden leuk voetbal en wonnen alles. Op de laatste speeldag, in het vertrouwde Amsterdam- Zuid, uit bij Swift, konden wij kampioen worden en dat doet wat met een jongetje van 7 jaar.
Ik lag in de nachten voorafgaand aan de kampioenszaterdag in bed na te denken hoe het zou zijn om kampioen te worden. Wat staat er allemaal te gebeuren? Ik wist het echt niet, vond het spannend. Maar 1 ding wist ik zeker: we krijgen een schaal, want dat hoort nou eenmaal bij een kampioenschap.
Elke dag oefende ik op het tonen van de schaal aan de mensenmassa bij Swift.  Ik keek beelden terug van de huldiging van Ajax en deed dat na. Ik filosofeerde over hoe mijn naam omgeroepen zou worden bij ons kampioenschap. Wim Bohne kondigde toenmalig Ajax-aanvoerder Danny Blind aan met: “Er is er maar 1 die als eerste mag!”
Nou, dat vond ik wel wat voor mijn huldiging. Dus ik speelde die video en liet Wim Bohne zeggen: “Er is er maar 1 die als eerste mag” en toen kwam ik naar voren met het bord uit onze keuken en toonde die aan de denkbeeldige supporters vóór mij.

Eindelijk zaterdag, spanning! Vaders, moeders, broertjes, zusjes, opa’s, oma’s iedereen kwam kijken, extra spanning dus!
We wonnen, natuurlijk, want we wonnen alles dat seizoen. We waren kampioen! Officieel kampioen! Wat een feest. We deden alles na van TV. In een kringetje rondspringen en “kampioenen” zingen, naar ons eigen publiek rennen, elkaar omhelzen!
En dan, eindelijk, de huldiging waar ik zo lang naar uit had gekeken.
Onze trainer Mario speechte, feliciteerde ons met onze prestatie en gaf ons allemaal een bos bloemen! Geweldig! Ik wachtte op het grote moment: de uitreiking van de schaal!
Maar er gebeurde niks, er was geen schaal, alleen een bosje bloemen.
Al het oefenen was voor niks geweest.
Blijkbaar is een schaal voor grote mensen.
Voldaan, maar zonder schaal ging ik naar huis. Daar heb ik mij stiekem en alleen in mijn slaapkamer alsnog laten huldigen met het bord uit onze keuken en liet Wim Bohne nog 1 keer zeggen: “Er is er maar 1 die als eerste mag!”

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

"Hee, zijn we wakker?!"
Column van 28 december 2015

Ik behoor tot het type amateurvoetballer dat niet tegen zijn verlies kan. Het type dat elke training, elke wedstrijd van een team uitkomend in de reserve 3e klasse, net even te serieus neemt. Geforceerde aanwijzingen, geforceerde kreten na een ietwat te laat ingezette tackle: "Hee AFC, zijn we wakker?!"

Vroeger (lees: 1 seizoen geleden) was het nòg extremer. Een avond voor de wedstrijd lag ik op tijd in bed, ik stond vroeg op om mij goed voor te bereiden op de wedstrijd. Sterker nog, mijn teamgenoten die wèl van een stapavond hadden genoten keek ik hoofdschuddend aan.  Elke training, elke wedstrijd vocht ik, schreeuwde ik, ging ik voorop in de strijd. Ik acteerde een type Jantje Wouters, maar ik mocht nog niets eens de veters strikken van Yaya Sanogo, hoewel.... Dat misschien nog nèt wel!

Ik nam het woord, had mij thuis uitvoerig voorbereid, las de opstelling plechtig voor, ik besprak de standaard situaties met mijn teamgenoten die nog half dronken voor zich uit zaten te staren en ik had het, als klap op de vuurpijl, over onze valse spits. Nee, Gerard Joling was niet onze teamgenoot, maar ik had bedacht dat tegen deze grote, statische centrale verdedigers van pakweg Sporting Martinus, een zwervende spits ons weleens de overwinning zou kunnen bezorgen. Mijn zelfbenoemd tactisch meesterbrein maakte overuren en sloeg door.

Het was allemaal teveel, eigenlijk veel te veel, maar dit alles was wel met 1 doel: willen winnen, elke training, elk spelletje, elke wedstrijd, geen genoeg nemen met een tweede plaats, altijd maar eerste willen worden!

3 weken geleden keek ik naar een nostalgische wedstrijd, Celtic - Ajax. Europese grootmachten van weleer die gretig op zoek zijn naar een klein Europees succesje. De wedstrijd was niet om aan te zien. Het voetbal van de AFC zaterdag 1 bevat meer automatismen dan beider ploegen die avond lieten zien. Maar toch, Ajax won. Op het laatste moment, onverdiend en ietwat gelukkig. Helaas voor het team en de meegereisde supporters won Fenerbahçe van Molde en was Ajax zo goed als uitgeschakeld. Toch vonden de Ajax spelers en de supporters ter plaatse dit reden tot een spontaan feestje na afloop van de wedstrijd, want hè uitgeschakeld of niet, Ajax won toch?!

Ik schaar dit feestje in het rijtje van twee andere misplaatste voetbalfeestjes van de afgelopen jaren. Het Nederlands elftal werd groots onthaald na een tweede plaats tijdens het WK 2010 in Zuid-Afrika. Een bezoekje aan de koningin, vervoerd worden per legerhelikopter, een huldiging en een rondvaart door de Amsterdamse grachten die deed denken aan de rondvaart na het behalen van ècht succes in 1988. Feyenoord deed het ook, in de drang naar een klein succesje, dan maar vieren dat je tweede geworden bent.

Onbegrijpelijk! Een tweede plaats! Hebben ze het allemaal wel goed begrepen?! Je wordt tweede, dat is niks toch?! 

Het Nederlands voetbal moet oppassen dat het in de drang naar een klein succesjes en dito feestje, dan maar schaamteloze uitschakelingen of tweede plaatsen gaat vieren, want anders wordt de neergang van het Nederlands voetbal wel heel dramatisch en triest.

Wellicht tijd dat er in, het van de buitenwereld vervreemde, voetbalwereldje plaats moet komen voor de amateurspeler waarbij het ook allemaal nèt even teveel is, die het allemaal nèt even te serieus neemt, maar wel op het juiste moment het woord neemt, nèt voor er weer een misplaatst feestje kan losbarsten en roept: "Hee, zijn we wakker?!"
michael@parsser.nl

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

XXS
Column van 23 oktober 2015

 

Stel je voor: je zou maar enorm van voetbal - en ook nog eens van een stukje gezelligheid houden.

En als die 2 hobby’s samen komen, ben je écht helemaal in extase.

Vervolgens word je geboren in september 1988. Exact 3 maanden nadat het Nederlands voetbalelftal de enige hoofdprijs ooit behaald heeft, met als gevolg dat het grootste en gezelligste feestje ooit plaats vindt in Nederland. Dan ben je inderdaad, ik hoor het u denken, een ontzettende pechvogel. Het gebeurde uw scribent.

Vanwege bovenstaande, voor de rest van deze column volkomen nutteloos feitje, is het beste , meest uitgebalanceerde Nederlands Elftal dat ik ooit heb zien spelen het elftal uit 1998 en 2000. Het elftal dat met  basis spelers als Van der Sar, Reiziger, Stam, Frank de Boer, Numan, Ronald de Boer, Cocu,  Davids, Overmars, Kluivert en Bergkamp zeker Europees óf Wereldkampioen had móéten worden. Dit gebeurde niet. Een laatste kans op een grote prijs voor die generatie, zo bleek. Het team wist zich niet te kwalificeren voor het WK 2002 in Japan en Zuid Korea en speelde een uiterst moeizame kwalificatie reeks voor het EK 2004 in Portugal. Het team van toenmalig bondscoach Dick Advocaat speelde nog steeds met vrijwel dezelfde namen als het team van ’98. Gevestigde namen als Frank de Boer en Patrick Kluivert stonden onder druk en het Nederlandse volk smeekte om vernieuwing. Spelers als Arjen Robben, Rafael van der Vaart en Wesley Sneijder stonden op het punt van doorbreken, maar de twijfels waren er nog steeds. Waren deze nieuwe spelers goed genoeg of absolute wereld top, zoals de vorige generatie?

Het was november 2003. Het Nederlands elftal speelde als laatste redmiddel om het EK 2004 te halen een Play Off tweeluik tegen Schotland. Uit in Schotland, op Hampden Park, had bondscoach Advocaat, ondanks de roep van het Nederlandse volk om Sneijder en Van der Vaart, toch vastgehouden aan de gevestigde namen. Het Nederlands Elftal verloor, met 1-0. De kritiek barstte los, twee eindtoernooien achter elkaar missen zou een ramp zijn voor het Nederlands voetbal. Advocaat móést zijn twijfels over de talenten Sneijder en Van der Vaart aan de kant zetten en de jonkies een kans geven. Hij luisterde en stelde, als laatste redmiddel, de jonkies Sneijder en Van der Vaart op als aanvallende middenvelder. Het was de jongste van de twee, Wesley Sneijder, die vol branie op het veld stond. Hij nam het Nederland Elftal bij de hand en nam voorgoed de twijfels weg rondom zijn talent. Met 1 goal en 3 assists schoot hij Nederland naar het EK, gaf hij het Nederlands volk een sprankje hoop, een geweldige avond en men wist het zeker: Wesley Sneijder wordt absolute wereld top.

Nu, 12 jaar later, zit het Nederlands voetbal wederom in een moeilijke periode. Het Europees kampioenschap in Frankrijk werd helaas niet gehaald en bondscoach Danny Blind staat voor een lastig vraagstuk: moet hij ‘doorselecteren’ of niet? Moet hij gevestigde namen als Van Persie, Sneijder en Nigel de Jong niet meer oproepen en vervangen voor de nieuwe top talenten? Maar wie zijn die nieuwe top talenten? Hebben we die wel? Hebben we wel een speler waarover een ieder nog twijfelt, maar die met één weergaloze wedstrijd het Nederlandse volk weer de vreugde zal bezorgen zoals Wesley Sneijder dat deed in 2003?

Memphis Depay? Jordy Clasie? Davy Klaassen? Anwar El Ghazi? Allemaal goede spelers, maar bij Sneijder wist je het, voelde je het: Hij gaat het ooit voor ons doen. Ik vrees dat de nieuwe generatie dat niet gaat doen en dat het Nederlands Elftal één van de moeilijkste periodes uit de historie in zal gaan.

Wanneer komt er dan weer de hoop, de hoop en het gevoel van bevestiging van een toptalent van absolute wereldtop? De tijd zal het leren, maar Wesley Sneijder, hij probeert de voetballiefhebbers ook nu weer en een klein sprankje hoop te geven. Dit keer echter niet met diepgaand spel binnen de lijnen, maar daarbuiten. Hij schonk zijn vrouw en het Nederlands voetbal een zoon:

Xess Xava Sneijder, de hoop in bange voetbaldagen.

michael@parsser.nl

Inloggen

Gegevens vergeten?
Terug naar de site

Account aanvragen

Terug naar de site