AFC column door Julius van 't Hek

Toppers in Oss
Column van 3 maart 2016

Een aantal weken geleden raakte ik op een vrijdag aan het einde van de middag in een kroeg in Amsterdam in gesprek met twee onbekende dames van mijn leeftijd. Net toen ik de dames wilde trakteren op een drankje ging mijn telefoon. Het was een van mijn beste vrienden. Hij vroeg zich af waar ik bleef. Hij vertelde dat ik hem de avond daarvoor in een dronken bui had beloofd om mee te gaan naar Top Oss tegen Dordrecht. Mijn vriend is namelijk spelersmakelaar en had inderdaad de avond lopen opscheppen over de nieuwe linksbuiten die hij gecontracteerd had voor Top Oss. "Hij kon weleens in de basis gaan starten", zei hij vol overtuiging. Dit spektakel wilde ik niet missen. Ik vertelde mijn vriend dat ik eraan kwam en hing op. De meisjes vroegen zich af waar ik ineens heen ging? Hoe ging ik dit nou uitleggen? Het is namelijk alles behalve aantrekkelijk om te vertellen dat je als 25 jarige Amsterdammer op een koude vrijdagavond naar Top Oss  -  Dordrecht gaat. Ik verzon een eetafspraak. Dat begrepen ze wel.

Met een flinke kater van de vorige avond stapten we in de auto. Waar ligt Oss eigenlijk vroeg ik mij ineens af? De navigatie vertelde ons de keiharde waarheid. 138 Kilometer richting het zuiden. Het beloofde een lange avond te worden.  Op de snelweg begon het te regenen. De temperatuur was inmiddels gezakt tot het vriespunt. "Kan het dak eigenlijk dicht bij het stadion van Top Oss?", vroeg ik me hardop af. Een kwartier voor de aftrap arriveerden we bij het Frans Heesenstadion. Vlakbij het stadion kwamen wij tot stilstand. Druk gebarend kwam de  plaatselijke steward met zijn verkeerslamp naar ons toe gehobbeld.

"Doorrijden naar P2", schreeuwde hij paniekerig! Er stonden nog meer auto’s te wachten en hij was duidelijk gespannen. Toen ik de man vertelde dat we namens de KNVB kwamen om wat jongens te scouten, schrok hij zich rot. "Henk, Henk!", riep hij naar zijn collega aan de andere kant van de weg. "Het is de KNVB! Het is de KNVB!" Henk zat doorweekt op een stoel bij het hek van de hoofdingang. De KNVB? Kom maar door! Henk opende het hek en begeleidde ons vervolgens naar de parkeerplek naast de bescheiden familiewagen van de voorzitter.  

Tijdens de wedstrijd zaten we op de eretribune. Hoewel het geen onaardige partij was ving ik ondertussen alle gesprekken op van de supporters om mij heen. Het was de week voor carnaval en iedereen was druk met de voorbereidingen. Men maakte zich zorgen om de weervoorspelling. Het kon weleens heel hard gaan waaien. Straks hadden ze al die carnavalskarren voor niks gemaakt. Ondertussen scoorden zowel Top Oss als Dordrecht er rustig op los. Na 45 minuten stond het 2-2. Tijd voor een bakkie koffie in het spelershome, dachten wij. Helaas werden we bij de deur tegengehouden door een beveiliger. Toen we hem vertelden dat wij twee uur in de auto hadden gezeten voor deze pot en ook nog terug moesten, schoot hij in de lach. We mochten naar binnen en kregen zelfs een kopje koffie van de club.

Gedurende de tweede helft viel het mij op dat we naast de reservespelers van Top Oss zaten. De jongens waren duidelijk meer geïnteresseerd in hun telefoon dan in de wedstrijd. Het was eigenlijk wel aandoenlijk. Ze leken stuk voor stuk op de reserves van Real Madrid. De haren flink in de gel en allemaal een gouden horloge om de pols. Geef ze eens ongelijk, dacht ik. Zij hebben tenminste nog de droom om ooit in het eerste van Real Madrid te kunnen voetballen. Die droom moest ik al laten varen toen ik zeven jaar oud was.  Zouden zij ook allemaal 138 km hebben afgereisd voor deze kraker? Het leek mij verstandiger om deze vraag voor mezelf te houden. Een kwartier voor tijd kwam er een grote bontjas de tribune op met daaronder de derde keeper van Top Oss. Deze jongen had waarschijnlijk de eerste 75 minuten besteed aan het opspuiten van hele smerige parfum. Zelfs de grensrechter kreeg vijf minuten voor tijd een niesaanval van de eau de cologne van deze vedette. Ondertussen was de derde keeper druk bezig met het liken van foto’s op instagram. Top Oss verloor uiteindelijk de wedstrijd met 2-3. Het publiek leek het niet zoveel te kunnen schelen en de reservespelers evenmin. Ik miste de thuis wedstrijden van AFC waar de sfeer doorgaans fantastisch is. AFC 1 speelt altijd om te winnen en als er dan toch verloren wordt is de club daar een week goed ziek van. Ik wilde terug naar de kroeg en ik had het koud.

Eenmaal aangekomen in Amsterdam stapte ik dezelfde kroeg weer binnen. Niemand had mij gemist en de meisjes zaten nog aan de bar. Ik bestelde wat te drinken en vroeg waar we gebleven waren. Zij wisten het ook niet meer maar vonden het gezellig dat ik weer aanschoof. Wat ruik je lekker zij een van de meisjes. Hoe moest ik dat nou eens gaan uitleggen?

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

“Jochem”
Column van 16 december 2015

Terug naar de herfst van 2006. Het jaar dat ik samen met een stel vrienden een voetbalteam ben gestart. De B6 was die zomer geboren. We waren allemaal rond de zestien en hadden verstand van voetbal. Tenminste, dat dachten we. Iedere week weer discussie over de juiste  tactiek. Hoewel ik er nooit wat van heb gesnapt, probeerde ik toch altijd mee te praten. Het voelde altijd fijn om op de zaterdagochtend mee te lullen over grote tactische zaken: of we nou de lange bal moesten spelen of juist vanuit achterin moesten opbouwen. Terwijl de discussie bijna zijn hoogte punt bereikte werd er op de deur geklopt. Een man van een jaar of veertig kwam de kleedkamer binnen. Het was de begeleider van Jochem.  Hij vertelde  dat Jochem een verstandelijke beperking had en doordeweeks in een inrichting zat. Omdat Jochem graag scheidsrechter wilde worden mocht hij vandaag voor het eerst een officiële wedstrijd fluiten. Jochem bleek nogal zenuwachtig te zijn en daarom vroeg de begeleider of wij een beetje lief voor hem wilden zijn. Een kleedkamer vol puberende kakkertjes keek de man aan. Na een lange stilte knikten we naar de aardige begeleider, die vervolgens de kleedkamer verliet. Onze aanvoerder verbrak de stilte door  de discussie over de tactiek weer te hervatten.
 
Eenmaal op het veld stonden beide elftallen klaar om aan de wedstrijd te beginnen. Het wachten was op de scheidsrechter.  Inmiddels was het gaan regenen en de meegereisde  ouders langs het veld haalden hun paraplu’s te voorschijn. Ook zij stonden hier niet voor de lol en waren duidelijk geïrriteerd. Een kwartier na aanvang kwam Jochem  aanlopen. Met de bal stevig onder zijn arm en een fluit in zijn mond liep hij zelfverzekerd richting de middenstip.
“We gaan beginnen schreeuwde hij! En ik wil geen discussie!”. We keken allemaal lichtelijk verbaasd. Jochem zat duidelijk in zijn rol als scheidsrechter! Hij had er zin in. Wij ook. Twintig minuten te laat begon de wedstrijd dan eindelijk.
 
Blauw Wit begon scherp. Onze tactiek, waar we al de hele week over hadden nagedacht, bleek niet te werken. Binnen tien minuten stonden we 2-0 achter. Het leek erop dat de spelers van Blauw Wit en hun natgeregende ouders een feestelijke ochtend tegemoet gingen. Toen gebeurde er iets opmerkelijks. Jochem vond het na twintig minuten mooi geweest. Hij pakte de bal op en blies op zijn fluit.
“Rust”, riep hij in volle overtuiging! We legden hem uit dat een helft minimaal drie kwartier duurde, maar dat was zinloos. Protesteren had geen zin. Jochem had dat voor de wedstrijd al aangegeven. Geen discussie! Een aantal ouders langs de lijn wilde zich er graag mee bemoeien. Zij hadden namelijk ook een zware werkweek gehad en  waren duidelijk geprikkeld. Een van de vaders riep ‘’Nog 25 minuten scheids, ze zijn geen twaalf meer!’Jochem was het er niet mee eens en gaf de vader een rode kaart. Terecht als je het mij vraagt want de man stapte onaangekondigd het veld in. En dat mag nou eenmaal niet. Regels zijn regels. Hij kon de wedstrijd verder bezichtigen vanuit de kantine.
 
In de rust ging de discussie over de tactiek rustig verder. Alle teksten die Jan van Halst op de tv uitkraamde werden in onze kleedkamer klakkeloos gekopieerd. We moesten de linies strakker houden en de ruit op het middenveld mocht wat meer uitzakken. Toen werd er op de deur gebonsd. Het was Jochem, die ons sommeerde weer terug te keren naar het veld. Het enige probleem was dat we pas vijf minuten aan de thee zaten en nog niet helemaal klaar waren voor de tweede helft. Zeker de jongens onder ons die doordeweeks stiekem waren begonnen met roken waren het hier niet helemaal mee eens. Maar goed. Jochem was de baas en we hadden zijn begeleider beloofd dat we lief voor hem zouden zijn……
 
Eenmaal terug op het veld begonnen we goed aan de tweede helft. De tactiek van Jan van Halst wierp duidelijk zijn vruchten af en Blauw Wit begon aan paniekvoetbal. Tien minuten voor tijd maakten we de aansluitingstreffer. We bleven de kansen op de gelijkmaker echter missen en even leek het erop dat we de wedstrijd gingen verliezen. Jochem gaf op een gegeven moment aan dat we in de extra tijd zaten. Hoeveel extra tijd dat wist ie nog niet. Na tien minuten kregen wij door dat er iets niet klopte.  Ook de tegenstander raakte in paniek en begon te zeuren.
“Het is tijd scheids”, riep de aanvoerder van Blauw Wit.
“Geen discussie”, antwoordde Jochem en gaf de jongen vervolgens ook een rode kaart. Jochem was er achter gekomen dat hij de eerste helft veel te snel had afgefloten en wilde dit graag goed maken.
Na 25 minuten extra tijd, vijf rode kaarten voor zowel AFC als Blauw Wit viel de gelijkmaker. Inmiddels waren er 12 ouders richting de kantine gestuurd en was iedereen vermoeid en doorweekt. Onder luid applaus blies Jochem de wedstrijd af. Een gelijk spel en Jochem was de winnaar. Daarna nooit meer iets van hem gehoord. Eigenlijk wel jammer.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------
"Droomscenario"
Column van 9 september 2015

Afgelopen zaterdagochtend werd ik vroeg wakker en besloot ik om mijn neefje te verassen op AFC. Hij is 6 jaar oud en speelt hier ieder weekend  de jeugdcompetitie genaamd de Champions League. Een win-winsituatie als je het mij vraagt. Voor mijn neefje fantastisch dat zijn oom onverwachts langs het veld stond en voor mij toch nog een Champions League-uitje. Qua niveau met Ajax nihil verschil en wat de entreeprijs betreft een stuk goedkoper.

De zon scheen en AFC lag er prachtig bij. Ik kreeg spontaan heimwee. Hoewel ik er nooit iets van kon (en nog steeds niet) keek ik naar de jonge jongens die zich al de hele week verheugden op de zaterdagochtend. Kicksen aan en gaan. Dat gevoel. Op die leeftijd is er niks mooier dan gewoon tegen een bal aantrappen en even niet te hoeven te luisteren naar je ouders. Dat komt na voetbal wel weer. 

Ik stond langs de zijlijn en zag hoe de teamindeling werd gemaakt. Een begeleider van de club riep om de beurt een naam en daarna de club waar hij die ochtend voor mocht uitkomen.

"Mitchel naar City, Jelano naar München, Patrick naar Ajax". Een van de vaders, de trainer van Barcelona, stak ongeduldig zijn hand in de lucht en begon te schreeuwen. " Patrick zat vorig weekend ook al bij Ajax, ik wil hem graag bij Barcelona hebben”.

De begeleider keek wat verveeld op en mompelde: "Hoeveel bied je?" Ik schrok, maar was duidelijk de enige. De vader trok 200 euro uit zijn zak en liep op de begeleider af. Patrick vertrok vervolgens naar Barcelona. Inmiddels trokken de andere vaders ook hun portemonnee en vlogen de vijftigjes in het rond. De pupillen keken angstig toe hoe de vaders schreeuwden en hun selecties probeerde te perfectioneren.  

Ik stond met open mond te kijken. De begeleider keek op zijn horloge en blies toen op zijn fluit. De transferperiode op zaterdagochtend was officieel gesloten en de teams waren compleet. De rijke vaders waren rood aangelopen maar tevreden. De stress van de werkweek was deels afgenomen door het bieden op de kinderen. Tussen alle kinderen door zocht ik naar mijn neefje. Hij kwam deze ochtend uit voor het prille, talentvolle Ajax. Jongens die voor het eerst Champions League speelden en nog moesten wennen aan het zaterdagochtendgevoel op AFC. Terwijl clubs als Barcelona en Manchester United bezet waren door de grootmachten, jongens van zeven jaar oud en al bijna alleen naar AFC mochten fietsen. 

De wedstrijden begonnen en door het niveauverschil liepen de scores al snel uiteen. Uiteraard bezocht ik de wedstrijd van mijn neefje die met het jonge Ajax het opnam tegen Manchester City, het team met de rijkste vader. Al snel stond Ajax met 4-0 achter. Mijn neefje speelde geen onaardige wedstrijd. Hij stond op het middenveld en ondanks de score had hij het spelletje aardig door. Ik was een trotste oom. Na een minuut of vijf was ik niet de enige die de kwaliteiten van mijn neefje opviel. Naast mij stond een net iets te dik klein Italiaans volwassen kereltje van een jaar of  vijftig met een  espressootje of tien teveel in zijn mik. Druk gebarend probeerde hij  duidelijk te maken dat het spel stilgelegd moest worden. Tot mijn grote verbazing blies de begeleider op zijn fluit en voor ik het wist rende de dikke Italiaan het veld in. Het bleek Raoila te zijn. Als een dolle rende hij op mijn neefje af en verzocht hem vriendelijk om mee te lopen naar het andere veld waar AC Milan 2-2 gelijkstond tegen Arsenal. Mijn neefje wilde het liefst bij Ajax blijven. Toen Raoila hem na afloop een Playstation beloofde besloot hij toch maar om op de bank te gaan zitten bij AC Milan. Milan won alles met mijn neefje op de bank. In de finale viel hij dan eindelijk in de verlenging in. In de laatste minuut kregen de pupillen van AC Milan een strafschop. Mijn neefje mocht hem nemen en schoot door alle spanning volledig mis en de bal belandde met espresso en al in het gezicht van Raoila. 

Toen werd ik wakker. De telefoon ging. Mijn neefje. Hij had de Champions League gewonnen. Met Ajax. Ik kreeg een grijns op mijn gezicht. De Champions League met Ajax. Dit moest een droom zijn.

Inloggen

Gegevens vergeten?
Terug naar de site

Account aanvragen

Terug naar de site