AFC column door Hennie van de Weerd

Column van Hennie van de Weerd
5 december 2017

In deze rubriek “Hoe is het nu met” komen oud-eerste elftal spelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. Inmiddels is dit 21e editie.

"Hoe is het nu met ...... Ernst Seunke"

RECORDHOUDER VAN AFC
In deze column gaan we de 71-jarige Ernst Seunke belichten. En dan hebben we het niet zomaar over iemand. De verdediger won in 1989 de Mr Henne Boskamp Nobelprijs. 17 seizoenen lang van 1964 tot 1982 speelde hij in de hoofdmacht en kwam tot 331 caps. Ernst stond bekend als een betrouwbare verdediger.

De 250e wedstrijd van Ernst Seunke

SPELER VAN HET JAAR
In het seizoen 1983/84 werd hij uitgeroepen tot speler van het jaar. Ook droeg hij vele jaren de aanvoerdersband van The Reds. De verdediger speelde o.a met Jos Kemna, Kees Gehring, Jos Lonnee, Bas Rachman, Theo Husers, Henk Bijlsma Edwin Geluk en Nol Kulkens om maar een aantal spelers op te noemen.

AMSTERDAMS JEUGDELFTAL EN HET NEDERLANDS STUDENTENELFTAL
Ernst speelde ook in het Amsterdams jeugdelftal met Johan Cruijff en Wim Suurbier. Onder coach Thijs Libregts speelde hij voor het Nederlands studentenelftal. Hij speelde drie keer het Europees kampioenschap in Spanje, voormalig Joegoslavië en Roemenië.

TWEE TITELS ERNST IN 1967 EN 1969
In de jaren 60 had AFC in Gé van Dijk een succes coach in huis. Viermaal werd AFC kampioen onder hem. In 1967 en 1969 deelde Ernst mee in het feestgedruis na het binnenhalen van de titel. Saillant detail is dat Van Dijk door een auto-ongeluk in 1965 tijdelijk werd waargenomen door Rinus Michels. Aan einde van het seizoen vertrok Michels naar Ajax, en met succes. Van Dijk weer hersteld pikte het nieuwe seizoen gewoon de draad weer op. Hoe heeft Ernst, Van Dijk ervaren als coach van AFC.

VAN DIJK ALS EEN ERVAREN COACH MEEGEMAAKT
“Ge van Dijk was een hele beminnelijke aardige man. Hij was in staat om van het elftal een hele hechte groep te maken. Wij gingen door roeien en ruiten voor die man. Hij creëerde altijd een sfeertje rond het team zodat je optimaal aan de wedstrijd begon. Hij had eigenlijk wel een saaie oefenstof dat bestond uit inlopen, op doel schieten, en nog een aantal andere oefeningen, maar het voelde altijd vertrouwd. Tot slot speelden we altijd een partijtje.”

SCHEMA
”Het was een bepaald schema en er was niets bijzonders aan. Hij was goed omdat hij van een team iets bijzonders maakte. Als mens heeft hij mij ook veel gebracht los van het voetballen. Toen ik debuteerde als 17-jarige heeft Ge er voor gezorgd dat ik niet dat jaar erna voor de senioren zou gaan spelen. Ik moest eerst mijn school afmaken in plaats van twee keer vast trainen per week. Gé wilde dat niet en wilde mij niet eerder uit de junioren naar de senioren halen. Een uitstekende keus van hem geweest als je bekijkt waar ik nu sta.”

PUPILLENLEIDER VAN EDWIN GELUK GEWEEST
“Ik vond het heel leuk om een pupillen elftal te hebben. Van Edwin kan ik me niet iets specifieks herinneren. Iedereen die toen in de junioren speelde had een pupillenelftal onder zich want dat hoorde erbij. Het was kennis overdragen want daar ging het om. Wat me wel is bijgebleven is dat ik Edwin een goede voetballer vond. (Hahaha, heeft hij van mij geleerd) Bovendien was Edwin een sterke jongen die je in het veld niet zomaar even voorbij liep.”

HOBBY’S-GOLF EN VLIEG-VISSEN
Ernst houdt er een paar leuke hobby’s op na. Dat is bijvoorbeeld het golfspel. Hij werd twee keer tot Player of the Year uitgeroepen. (Lachend) “Het niveau valt wel tegen hoor.”

PASSIE
Vissen is zijn andere passie. Vliegvissen dan wel te verstaan. Ernst is lyrisch over deze tak van sport. “Geweldig om te doen. Ik ben in een aantal landen geweest o.a in Cuba, Mexico en Slovenië. Zo ben ik kort geleden nog in Noorwegen geweest met vijf man. En dan sta je daar tot je heupen in stromend water om met je eigen gebonden vliegjes vis te vangen. Heel spannend want als het water hard door de rivier heen stroomt moet je oppassen dat je niet een nat pakt haalt. Wat een vliegje kan opbrengen aan je haak? Zalm, Vlagzalm en Forel behoren tot de mogelijkheden. (Lekker grillen Ernst) Nee, want ik zet alles terug in het water. Alleen de barracuda (met tanden van 3 centimeter) gaat op de grill. Heerlijk want hij smaakt naar zeebaars en daar ben ik gek op.”  

HOE ZIET JOUW DAG INDELING ERUIT ERNST
”Ik begin meestal om half negen/kwart voor negen. Als ik naar het Hof moet in Amsterdam zit ik om kwart voor acht in de auto. Om half tien is er dan een zitting. Ik werk door tot meestal zes uur half zeven. Dan ga ik naar huis de hometrainer op om lekker fit te blijven. Dan ga ik eten. Ik heb een vast patroon en daar voel ik me heerlijk bij. Ook in het weekend neem ik vaak stukken mee. Het zijn lange dagen maar als je het naar je zin hebt voel je dat niet. Ik vind het leuk en ik heb het prima naar mijn zin. Bij deze heb ik gelijk een nieuwtje voor je. Volgend jaar ga ik een nieuw advocatenkantoor beginnen met vier andere advocaten in Amsterdam. Ik ga nog een nieuwe uitdaging aan en heb er nu al zin in.”

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd
7 november 2017

In deze rubriek “Hoe is het nu met” komen oud-eerste elftal spelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. Inmiddels is dit 20e editie.

"Hoe is het nu met ...... Jos Lonnee"

In deze column gaan we de 72-jarige Jos Lonnee belichten. Jos woont al jaren in Bleiswijk en zal geen mogelijkheid onbenut laten om AFC te bezoeken bij een wedstrijd in de Tweede Divisie. Jos is een echte ras AFC-Ridder en is helemaal gek van de vele tradities die AFC heeft. Daar is hij altijd bij als er weer eentje voorbij komt. Dat is niet zo gek te noemen als je al 62 jaar lid bent van deze club. Op zijn 58e stopte hij met voetballen. Jos speelde nog vele jaren in het veteranenelftal van AFC.

AFSTAND GEEN PROBLEEM
De afstand is voor Jos nooit een belemmering om naar Amsterdam te reizen om AFC aan het werk te zien. De reden dat Jos in 1974 met zijn gezin verhuisde naar Bleiswijk kwam door zijn werk. Daar werd hij aangesteld als directeur van de Rabobank.

SAMEN MET GER VAN CASPEL SCHOOLKAMPIOEN
Op zijn tiende jaar ging Jos voetballen bij AFC. Dat was nog op het oude complex van de Zuidelijke Wandelweg. In 1958 werd hij schoolkampioen van Amsterdam samen met Ger van Caspel. Wat Jos in die tijd niet wist, was dat zijn vader donateur was bij AFC. Daar kwam hij achter via het archief van de club. Zijn vader ging ook steevast kijken bij Jos als hij moest spelen.

DRIE TITELS MET AFC
In de jaren zestig behaalde Jos met AFC drie titels.  Hij was een ouderwetse voorstopper. Om hem voorbij te komen moest je van goede huize komen. Zijn goede spel viel gelijk op en vervolgens werd hij geselecteerd in het Amsterdams jeugdelftal. Jos speelde ook voor het Nederlands en Olympisch (Mexico) amateurelftal.

UNIEK
Na het voetbal is hij zich gaan toeleggen op het tennis. Ook bridge komt voor in zijn bezigheden en golfen is ook één van zijn favoriete bezigheden. Jos heeft met zijn Marjo, waar hij bijna vijftig jaar mee is getrouwd, twee zonen en twee kleinkinderen. Jos en Marjo genieten volop van reizen, uiteraard met de kleinkinderen.

NIER
De oudste zoon Sander werkt in Salzburg. De jongste Jasper werkt in de luchtvaart. Uniek is dat Jos zeven jaar geleden een nier heeft afgestaan aan zijn jongste zoon Jasper. Met beiden gaat het goed. Jos gaat nog wel om de zoveel tijd voor controle naar het ziekenhuis. Een vader die een nier afstaat aan zijn zoon is zeer bijzonder te noemen. Zo zie je maar weer eens hoe belangrijk een nierdonor is. Als dat dan ook nog eens je eigen vader is zegt dat veel over de bloedband tussen de twee.

”DE AFC”
Toen Jos met zijn gezin ging verhuizen naar Bleiswijk, en er een tijdje was gesetteld, vroegen mensen wel eens naar welke kerk hij ging. Jos antwoordde dan altijd steevast “Dat is bij AFC in Amsterdam. Dat is een bijzondere gemeenschap”. Voor Jos is er niets veranderd daarin. Buiten dat hij zelf actief was genoot hij ook zijn opvoeding bij deze bijzondere club. Daar werd ook de basis gelegd voor zijn latere carrière buiten het voetbal.

CLUBAVONDEN
Die clubavonden en de lol na de trainingsavonden staan Jos nog helder voor de geest in zijn voetbaltijd. Dat de thuiswedstrijden van het eerste elftal slecht worden bezocht snapt Jos niet. “Heel jammer is dat, en eigenlijk onbegrijpelijk. Gelukkig hebben we een derby erbij met De Dijk. Na de wedstrijd is het altijd goed toeven in het clubhuis. De sfeer is altijd goed en dat kan ook niet anders bij een club als AFC”.  

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------      

Column van Hennie van de Weerd
3 oktober 2017

In deze rubriek “Hoe is het nu met” komen er oud eerste elftal spelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club.

Hoe is het nu met ...... Frans van den Bor

In deze column gaan wij de 74-jarige Frans van den Bor belichten. Met Frans gaat het uitstekend. De oud voetballer laveert tussen zijn moederland Nederland en Zuid-Afrika waar hij 7-8 maanden in het jaar vertoeft. Momenteel is Frans in Nederland en is hij natuurlijk in het clubhuis van AFC te vinden. In oktober gaat hij weer terug naar zijn favoriete land.

BLAUW-WIT EN AFC
Frans begon in zijn jeugd bij Blauw-Wit, waar hij speelde tot zijn 21e jaar, ook enige tijd als contractspeler. Frans begon zijn voetballoopbaan als middenvelder en ging later laatste man spelen. Na een zwaar ongeluk in Joegoslavië waar hij zijn milt kwijt raakte en een aantal ribben brak ging hij na zijn herstel bij AFC voetballen. Frans is inmiddels 52 jaar lid van de club en straalt dan ook een echte AFC Ridder uit. Frans speelde met o.a Kees Gehring, Edwin Geluk, Simon Cohen, Bas Rachman en Henk Bijlsma om maar een paar iconen te noemen. Bijlsma speelde zowel tegen als met Frans.

TEGEN EN MET FRANS GESPEELD
Bijlsma: “Ik ken Frans al vele jaren. In mijn tijd dat ik bij SDW (1967) speelde heb ik acht jaar tegen Frans gespeeld. Toen ik naar AFC (1975) verkaste speelde ik drie-vier jaar met Frans in het eerste bij AFC. Dat was in die tijd een uitstekend team. Frans begon als middenvelder en ging toen laatste man spelen. Op die plaats heb ik Frans de meeste jaren meegemaakt als een ijzersterke centrale verdediger die nooit zijn taken verzaakte. Frans was een uitstekende voetballer en ook een echte leider in het veld. Fysiek stond hij ook zijn mannetje. Penalty’s nemen was helemaal geen probleem voor Frans want ze gingen er altijd in”.

AFC 1 op Schiphol voor hun reis naar Londen, Pinksteren 1978.
Staand van links naar rechts: Johan de Bie (Lid van Verdienste), Bas Rachman, Gé van Dijk (trainer-coach), Ernst Seunke, Theo van Emden (LvV), Hans van Dijk, André Wijnand, Dio Hermens (erelid), Theo Janssen, Edwin Geluk, Jaap van Nek (erelid), Tibor Stroker (verzorger), Benno Leeser, Henk Kappelhoff (ere-voorzitter), Dirk Jan Verhaal en Otto van Rijn (penningmeester).
Voorste rij van links naar rechts: De heer van der Zee (reisleider), Frans van den Bor, Kees Gehring, John Parsser, Pieter Sandberg, Henk Bijlsma, Sal van Gelder (bestuurslid en elftalleider), Simon Cohen, Erik Visser en Eddie Meijer.
Liggend: Thomas Rongen en Henny Kottmann.

AFC BLIJFT ALTIJD DE CLUB NAAR MIJN HART
”Als ik in Nederland ben, meestal voor vier maanden, ga ik altijd als het kan kijken naar het eerste elftal. Ik was bij de bekerwedstrijd tegen ASV De Dijk en dan zie je altijd weer de bekende gezichten. Het is altijd weer een genot om in het clubhuis te zijn. Ik heb een prachtige tijd meegemaakt bij AFC. Dat kan ook niet anders want als je eenmaal hier lid ben geworden gaat dat AFC gevoel nooit meer weg. Een club om trots op te zijn met de vele tradities die het heeft. Het blijft een unieke club al 122 jaar”. 

HET SAINT-TROPEZ VAN ZUID-AFRIKA IN HET DORPJE KNYSNA
Frans heeft al twaalf jaar een tweede huis in het mooie dorpje Knysna in Zuid-Afrika. Zeven maanden is hij daar te vinden in het Saint-Tropez van Zuid-Afrika zoals hij dat zelf noemt. Hij raakt er niet over uit gepraat.

GEWELDIG EN GOED WEER
"Ja het is geweldig toeven in dit mooie dorpje Knysna. Over het weer hebben we niet te klagen. Natuurlijk is het ook wel eens minder maar die dagen zijn op één hand te tellen. Ik heb altijd het gevoel dat ik hier elke dag op vakantie ben. Veel toerisme, goede restaurants, vele excursies op alle gebied, en boottochten zijn hier de orde van de dag. Op een steen afstand ligt het beroemde Knysna Elephant Park. Ook daar kun je je hart ophalen. Je hoort mij niet klagen want het is hier fantastisch leven. Ik hoop dat ik nog vele jaren kan genieten hiervan”.

BRIDGE
Frank is ook gek van het spelletje bridge. “Dat houdt de hersenen in evenwicht. Zowel in Bussum waar ik woon en in Knysna bridge ik altijd met vrienden en kennissen. Een mooie hobby die ik graag in mijn pakket erbij heb. Wat ik al aangaf, ik verveel me nooit maar dat had je al op geschreven”.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd
10 augustus 2017

“Hoe is het met ……. Ronald van de Meent”

In deze rubriek deel twee “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club.
In deze column gaan wij de 45-jarige Ronald van de Meent (de zoon van) belichten. Toen Ronald zes was speelde hij al in het prachtige shirt van AFC. Na het doorlopen van de jeugd kwam het echte werk om de hoek kijken en stroomde hij door naar de selectie. ( Ronald: schitterende jeugd gehad bij AFC). Bij AFC bleef hij tot zijn 25e jaar. Daar zat wel een onderbreking tussen van een jaar (hij was toen 20 jaar) omdat hij bij FC Utrecht aan de slag ging.
Tussen zijn 21ste en 25ste speelde hij ook voor het Nederlands Amateurteam. Op zijn 25e jaar vertrok hij naar Spanje naar Club Deportivo Numancia (Segunda Division A). Daar werd hij echter achtervolgd door pure pech, blessures, twee operaties waardoor hij weinig wedstrijden speelde.

AFC-DCG-AFC-BEURBENGELS
Na anderhalf jaar keerde hij weer terug bij de Reds voor een half jaar. Toen kwam DCG  op zijn pad waar hij twee jaar speelde. Maar wederom kwam AFC weer om de hoek kijken voor twee jaar. Het eindstation voor Ronald als voetballer was bij Beursbengels. Zoals bekend is Ronald momenteel bij deze club trainer samen met Jean-Paul van Zoghel.

PRACHTIGE TIJDEN
Ronald speelde altijd in de voorhoede bij The Reds, zijn favoriete positie was linksbuiten. Maar op rechts of in de punt van de aanval was Ronald ook van grote waarde omdat hij ook de man was van de assist. Terugkijkend heeft hij een prachtige tijd gekend op Sportpark Goed Genoeg.

CAPS
Ronald speelde in de periode 1990 tot 2003 bij AFC. Hij kwam tot 186 wedstrijden en scoorde 22 doelpunten. Ronald had in die periode met verschillende trainers te maken. Saillant detail was dat zijn vader Pim ook één van zijn trainers was toen hij in het eerste elftal speelde bij AFC. De andere vier trainers waren Ton du Chatinier, Henny Kottmann, Rob Bianchi, en Hennie Schipper.

VADER PIM
Ronald je hebt onder je vader getraind bij AFC, een makkie zeker?? (Lachend) “Dacht het even niet. Ik moest er hard voor werken kan ik je zeggen. Misschien wel iets harder dan de andere jongens. Ik weet niet of mijn vader daar rekening mee hield. Het was gewoon goed trainen en presteren op het veld. Voetbal werd thuis goed gescheiden gehouden omdat hij natuurlijk al in het betaalde voetbal trainer was geweest. Van kleins af aan werd er vrij redelijk onderscheid gemaakt tussen privé en voetbal thuis. Toen hij trainer werd bij AFC is dat eigenlijk voortgegaan. Misschien dat het wat lastiger was voor de andere jongens. Ik heb er eigenlijk nooit problemen mee gehad. Ik heb nooit het gevoel gehad dat mijn vader mee voor trok. In mijn ogen stelde hij altijd de beste elf op”.

JEAN-PAUL EN RONALD MAKEN BEURSBENGELS KAMPIOEN
Ronald is momenteel samen met Jean-Paul van Zoghel aan de slag bij zaterdag club Blauw Wit- Beursbengels. Daar namen ze vorig jaar half oktober de taken over van Dave Samson die door omstandigheden afhaakte bij de zaterdag derde klasser. Onder Jean-Paul en Ronald is het onmogelijke gebeurd afgelopen 13 mei van dit jaar. Toen zij het overnamen stonden ze zevende met nog 16 wedstrijden te gaan. 14 wedstrijden werden er gewonnen, eentje werd er gelijkgespeeld en slechts één verloren. De equipe van beide heren hadden aan µén punt genoeg tegen Arsenal ASV (1-1). Zoals verwacht werd dat ene punt binnengehaald. Het kampioenschap werd op de laatste speeldag een feit. Een stabiele tweede klasser worden in het nieuwe seizoen is de insteek. Er wacht volgend seizoen een nieuwe uitdaging voor de twee vrienden.

GEZIN
Ronald heeft met zijn vrouw samen twee zoons van 7 en 13 jaar oud die voetballen bij Roda‘23 in Amstelveen.
Ronald: “Die voetballen meestal in de morgen en dat komt dan heel goed uit. Mijn vrouw werkt op zaterdag. De jongens gaan dan ook steevast mee naar Beursbengels waar ze zich uitstekend vermaken. Het is dus de hele zaterdag voetbaldag en kun je stellen dat het echt een mannendag is, alleen de oudste gaat dit seizoen wel op de zondag voetballen. Andere hobby’s zijn lekker uit eten en leuke dingen doen.  

WERK
Ronald werkt in Haarlem bij een Hostingsbedrijf als operationeel manager. Dat doet hij vier dagen in de week. Het bedrijf is gespecialiseerd in Domeinen registratie en Webhosting. Afwisselend werk wat hem uitstekend bevalt.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd
18 juli 2017


Hoe is het met …… Said Moumane

In de rubriek “Hoe is het met” komen oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club.
In deze column gaan wij de 45-jarige Said Moumane interviewen. Said is een bekend figuur op Sportpark Goed Genoeg. Minimaal vier dagen in de week zet hij samen met trainer-coach Ton du Chatinier de lijnen uit, De van origine verdediger begon met voetballen bij de club USM Alger. Het wekte gelijk de interesse van de beloften van FC Utrecht die hem gretig naar de Galgenwaard haalden. Na die periode in Utrecht kwam hij bij FC Hilversum terecht waar hij vijf jaar op sportpark Crailoo zijn kunsten vertoonde tot AFC zich meldde. Het AFC virus had weer eens toegeslagen. 

AFC TIJDPERK
Said (45) is inmiddels 16 jaar lid van AFC. Een bewogen periode met alles erop en eraan kun je stellen. Du Chatinier loopt als een rode draad door de carrière van Said heen. Chatinier is alweer voor de derde keer de man die op Goed Genoeg aan het werk is. Aan zijn zijde en dat is best wel uniek zit Said als zijn assistent. Als speler kwam hij tot 209 caps in het eerste elftal van de Reds waarvan vele wedstrijden onder Du Chatenier. Hoe kan het dan ook anders dat beide heren heel positief zijn over elkaar.

BASIS VOOR MIJ IS GELIJKHEID
Lachend reageert de oefenmeester bij zijn eerste woorden van “Ik moet nu wel even goed uitkijken wat ik over Said ga zeggen. Maar zonder dollen ben ik zeer content over de samenwerking met Said. We gaan alweer het tweede seizoen in samen. Bij Said is het een man een man, een woord een woord. Ik ken Said al vanaf 2001, twee eerdere periodes dat ik hier coach was bij AFC toen hij als speler deel uitmaakte van de selectie. Toen ik hier vorig jaar als coach werd aangesteld was Said al assistent bij AFC. Dat was voor mij een lekkere binnenkomer kan ik je zeggen. Het voelde gelijk vertrouwd.  Wij zijn het ook weleens niet eens met elkaar maar blijven altijd fair en eerlijk tegenover elkaar. Ik loop al heel lang mee in de voetballerij en ik kan je vertellen dat bij een hoop assistenten dat niet het geval is”.

KETTINGZAAG
”Die hebben altijd de bekende kettingzaag in de auto liggen. Als je tegen Said wat zegt blijft dat ook bij hem. Ik ben geen trainer die bepaalt, maar overleggen is voor mij heel belangrijk. Met Said is dat geen enkel probleem.  Assistent zijn is het moeilijkste wat er is. Said staat tussen de spelers en de hoofdtrainer in. Dat doet Said gewoon op een goede wijze. Als ik er een aspect uithaal van de vele is dat hij bijvoorbeeld sterk is in de één op één gesprekken met de spelers. Uiteindelijk ben ik hoofdverantwoordelijk, dat lijkt me duidelijk. Wij doen het op basis van gelijkheid en als het slecht zou gaan trekt Said zich het net zo veel aan als ik. Als speler had Said een goede mentaliteit en was het een boefje in het veld als linksback. Als het even niet ging gooide hij moeiteloos de beuk erin. Dat zie ik nu terug op de bank bij de wedstrijden als hij de spelers oppept. Zo, (lachend) even genoeg nu over Said want het is niet de bedoeling dat hij naast zijn schoenen gaat lopen”.    

TITELS
In 2010 werd Said als speler kampioen van de Hoofdklasse onder Cor ten Bosch. Het seizoen erop werd hij assistent van Ten Bosch. Na een korte periode Stekelenburg volgde Willem Leushuis en pakte hij in 2014 de titel in de Topklasse. Halverwege werd Leushuis ontslagen en volgde Stanley Menzo, die AFC in de Topklasse hield. Met Bart Logchies samen bereikte hij de begeerde Tweede Divisie. Vorig seizoen nam de Utrechter het stokje over van Logchies en begint hij samen met Said aan het tweede seizoen in de Tweede Divisie.

VAKMAN EN EEN DOSIS HUMOR
Said: ”Ja, met Ton samenwerken is een verademing voor mij, zowel vroeger als speler en nu als assistent. Buiten dat Ton een vakman is heeft hij echt Utrechtse humor in zijn pakket. Je lacht je soms een ongeluk als hij weer eens ijzersterk uit de hoek komt. Als het spannend is in de wedstrijd relativeert Ton dat wel even. Ik leer veel van deze man en ik heb toch wel wat goede trainers achter de rug gehad in de afgelopen zeven jaar bij AFC.  Ton is altijd rechtdoorzee en duidelijk. Ik kan goed mij ei kwijt omdat hij me veel vrijheid geeft ook met de trainingen. Ik ken Ton al vanaf 2001 en dat is een groot voordeel. Zeer vertrouwd kan ik je zeggen. Wat mij betreft ga ik voorlopig door bij AFC. Ik heb inmiddels twee gouden ballen in mijn bezit. Daar kan er nog wel eentje bij wat mij betreft. Dat AFC virus is een gevoel wat je niet kan uitleggen. Je moet hier rondlopen bij de club en dan begrijp je het wel”.

NEDERLANDS ZAALVOETBALTEAM
Ook als zaalvoetballer speelde Said op een hoog niveau. Hij begon bij ZVV Hilversum waar hij terstond werd geselecteerd voor het Nederlands Elftal. Een jaar later ging hij spelen voor HV Veerhuys waar hij drie jaar speelde. Toen diende Ter Beek zich aan waar hij ook een succesvolle periode kende.

RUSLAND-SINGAPORE
Said maakte zijn debuut tegen Zuid-Korea op 1 december 1999. De wedstrijd werd met maar liefst 9-0 gewonnen. Ook was hij o.a aanwezig bij het WK Futsal in Guatemala en het EK in Rusland. Zo speelde Said o.a in het verre Singapore mee in het Tiger5’s-Toernooi waar 3000 toeschouwers de normaalste zaak van de wereld was. Said kwam tot 25 interlands waarvan allen in de basis. Elf keer liet hij het net bollen. Said speelde in het Nederlands zaalvoetbalteam met o.a Henny Lettinck, Anoek Roest en Pascal Langenhuijzen.  

GEZIN EN WERK
”Mijn gezin is me alles. Mijn vrouw en mijn drie kinderen van 14, 11 en 6 jaar betekenen veel voor mij. Ik doe er alles aan om zoveel mogelijk tijd daaraan te besteden vooral omdat ik veel van huis ben. De twee jongens voetballen meestal vroeg op zaterdag. Ik ga dan meestal kijken met mijn vrouw en mijn dochter. In de toekomst hoop ik dat ze dan bij AFC gaan voetballen. Dan moeten ze wel net zo goed zijn als ik was (haha)”.

WERK
Said is in het dagelijks leven Teamchef/Samsung bij VCK Logistics. Said: “Ik doe daar projecten van Samsung. Alle modellen die nieuw binnen komen moet ik checken of alles klopt. Dan mogen ze pas de markt op. Zeer afwisselend werk moet ik je zeggen. Iedere keer als er weer nieuwe modellen op de markt komen is het weer een uitdaging voor mij. Ook op mijn werk heb ik het goed naar mijn zin. Wat mij betreft blijft dat lange tijd zo”.   

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd
7 november 2016

“HOE IS HET MET ...... PETER POST?"

In deze rubriek “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze column gaan wij de 30-jarige Peter Post interviewen.

Peter speelde in de periode 2006 tot 2013 bij AFC in het eerste elftal als centrale verdediger en speelde daar een belangrijke rol. Hij kwam tot 185 wedstrijden en scoorde 18 doelpunten. In het seizoen 2009-2010 werd hij onder Cor Ten Bosch kampioen in de Hoofdklasse.
In 2013 vertrok Peter voor drie seizoenen naar de Ajax zaterdag amateurs. Onder de latere coach van AFC Bart Logchies promoveerde Ajax naar de zaterdag Topklasse.

Peter: “Dat was ook een hele mooie ervaring. Via de nacompetitie de Topklasse in. Wedstrijden tegen topploegen zoals Spakenburg, IJsselmeervogels, Rijnsburgse Boys en Katwijk. SV Hoek uit Zeeland zat er ook bij. En bij Hoek uit moest ik naar de dopingcontrole samen met Raymond Homoet. Nou dat was me wat zeg. De bus heeft anderhalf uur moeten wachten op mij. Ik had in de rust al geplast en dat was niet slim. Het was ook nog een takken eind rijden (3 uur) maar ook dat was weer een ervaring die altijd blijft hangen”.          

Post doorliep zijn jeugdjaren bij Amstelveen Heemraad. Na zijn jeugd en twee jaar in de A1 was het AFC waar zijn voetbalcarrière gestalte kreeg. Post was 18 jaar toen hij bij de zondag1 kwam. Onder John Kila trainde hij het eerste half jaar. Daarna nam Pim van de Meent het over van Kila. Op 19-jarige leeftijd kwam hij onder leermeester Ton du Chatinier. Dat had nogal wat voeten in de aarde. In die periode werd hij namelijk ook geselecteerd voor het Nederlands amateurelftal. De meeste spelers werden in die tijd uit de omgeving van Amsterdam en Zuid-Holland geselecteerd.

NEDERLANDS AMATEURELFTAL
Peter: “We reisden toen naar Dublin in Ierland waar we tegen het nationale elftal moesten spelen (2-1 verlies). Ook in Engeland moest ik spelen in Birmingham tegen Engeland (4-1 verlies). In Nederland moesten we het opnemen tegen Estland, Zweden en Portugal op de velden van Legmeervogels, Noordwijk en Lisse. Dat ik erbij was met de wedstrijden was echt een gave belevenis voor mij. Ik heb er ook een hoop van geleerd kan ik zeggen”.

STAGE FEYENOORD
”In ben die periode ook met twee andere spelers geselecteerd voor Jong Feyenoord. Daar heb ik drie maanden stage gelopen. Ik moest twee-drie keer in de week van Amsterdam naar Rotterdam naar Varkensoord om te trainen. Gert-Jan Verbeek en Raymond Verheijen waren toen de trainers. Dat is helaas niets geworden omdat de selectie van het eerste en het tweede werd samengevoegd”.
Peter vervolgt: “Daarvoor had je twee aparte selecties met ook aparte contractspelers. Dat is in dat jaar gewijzigd en samengegaan. Toen wist je al op voorhand dat je heel goed moest zijn om aan te sluiten bij de selectie. In april kregen we dan ook te horen dat er geen plaats was voor ons. Terugkijkend kan ik zeggen dat ik een geweldige periode heb meegemaakt. En het shirtje van Feyenoord (lachend) zat best lekker hoor”.

TERUG KOMEND OP EEN AANTAL TRAINERS VAN PETER
Toen Peter bij AFC begon onder Kila volgde al snel zijn tweede en dat was Pim van de Meent die Kila’s taken had overgenomen. Ton du Chatinier kwam na Van de Meent op zijn pad. Op Ton du Chatinier komen we later op terug. Wat er onder Van de Meent gebeurde was een hilarische periode die Peter nooit meer zal vergeten.

WEDSTRIJD WEER AFGELAST
Peter: (schaterlachend) “Toen Pim trainer werd in januari had hij de eerste vijf competitiewedstrijden die we thuis moesten spelen afgelast. Hij vond dat we eerst maar eens aan elkaar moesten wennen om bepaalde spelsystemen door te voeren. In die tijd kon de club zelf nog de velden afkeuren. Je voelt hem al aankomen want elke keer werd het veld afgekeurd bij AFC. Op een gegeven moment hadden we vier-vijf wedstrijden achterstand op de rest. We hebben helemaal dubbel gelegen door de ontstane situatie. Pim had er gewoon maling aan. Wat helemaal mooi was dat we met Pim een hele reeks van tien gewonnen wedstrijden konden neerzetten. Wat was dat schitterend zeg, want daar had natuurlijk niemand rekening mee gehouden. Ik denk er nog weleens aan terug. Wat een man zeg, geweldig”.

TON DU CHATINIER
De derde oefenmeester die Peter trof was Ton du Chatinier, drie jaar lang. Chatinier is een trainer die stellig kan zeggen dat hij volledig is ingeburgerd bij AFC. Voor de derde keer is hij weer terug op Goed Genoeg. Dan heb je het naar je zin bij deze club. Dat steekt de no nonsens trainer dan ook niet onder stoelen of banken omdat hij AFC hoog heeft zitten. Wat dat betreft heeft Peter een goede leermeester gehad op 19-jarige leeftijd. Probleem was dat Peter altijd de pineut was bij Chatinier. Dan rijst de vraag aan Peter, waarom eigenlijk.

PINEUT
Peter: “Ton was echt een man die er bovenop zat. Hij eiste altijd het maximale van je. Dat zal nu ook niet anders zijn, dat weet ik wel zeker. Ik kan als geen ander weten hoe het eraan toe gaat in de kleedkamer en dat hij furieus kan zijn. Heel mooi dat hij hier weer terug is. Ik was natuurlijk het jonkie in de groep dus was ik een gewillig slachtoffer. Ik had een schop onder mijn kont nodig en dat had Ton ook wel door en dat kwam hem wel goed uit. Ton is goudeerlijk en ik weet dat de selectie daar baat bij hebt. Ja, ik heb hem inderdaad al gesproken. Hij maakte me altijd af. Ik kan me nog herinneren hier thuis tegen Westlandia in de rust. Ik had een klein foutje gemaakt en ik werd in de rust met de grond gelijk gemaakt in positieve zin. Hij wilde me dan oppeppen om mij de tweede helft weer scherp te krijgen. Zo raakte hij iedere keer de juiste snaar bij mij maar ook bij de andere spelers. En dat was nu net de bedoeling van hem. Ton is daar een meester in. Als ik hem weer zie rondlopen in het clubhuis heeft de tijd stilgestaan”.

ZATERDAG 1
Dit seizoen is Post weer terug op zijn oude stek. Het enige verschil is dat hij nu bij de zaterdag 1 speelt uitkomend in de 1e klasse A. Voor de centrale verdediger was het een bewuste keuze om terug te keren naar zijn oude liefde. Het nadeel is alleen dat Peter niet elke week speelt. De zaterdag selectie bestaat uit 28 spelers.

Peter: “Ik heb het enorm naar mijn zin bij de zaterdag. Allemaal jongens die een verleden hebben bij de club. De één bij de jeugd en de ander bij de senioren en anderen die weg zijn geweest en weer zijn teruggekomen. We hebben de kwaliteit om ons bij de top vijf te spelen. We zijn wel een vriendenteam en willen plezier houden. Het is wel zo dat je over een grote groep spelers beschikt van 28 man over één elftal. Benno probeert natuurlijk wel de selectie tevreden te houden. Je moet eenmaal keuzes maken. Je moet het accepteren en het is inherent aan het vriendenteam want je hebt elkaar een heel jaar nodig. Het doel was eerst handhaven. Maar als je ziet hoe goed we presteren en met de kwaliteit die we hebben zou het te gek zijn als we een periodetitel kunnen pakken. Dat zou echt een cadeautje zijn voor ons. Als we dat voor elkaar krijgen kunnen we nog stiekem voor promotie gaan. Zover is het nog lang niet maar we gaan ervoor”.

BANKWEZEN-RELATIE
Peter studeerde Bedrijfskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn werkzaamheden liggen in het bankwezen bij de ABN-AMRO. Daar is hij in 2012 als trainee begonnen en tegenwoordig zakelijk relatiemanager in de sector Zakelijke Dienstverlening. Peter woont 3 jaar samen met zijn vriendin die ook fanatiek voetbalt. Alleen niet bij AFC. Ze speelt in Apeldoorn bij de Dames 1 van CSV Apeldoorn. Peter hoopt dat ze t.z.t op Goed Genoeg neerstrijkt.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd
12 oktober 2016

“HOE IS HET MET ...... ERNST HUISMAN?"

In deze rubriek “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze column gaan wij de 75 jarige Ernst Huisman interviewen.

Huisman speelde van 1964 tot 1972 als rechterverdediger bij AFC. Hij kwam in 1964 over van het roemruchte Blauw Wit en werd kampioen met AFC in 1967 en1969. Bovendien was hij o.a. aanvoerder van de Reds. De verdediger haalde ook het Nederlands Amateurelftal en werd in die tijd door PEC Zwolle en Go Ahead Eagles uit Deventer benaderd, maar hij gaf de voorkeur aan AFC.

NOL KULKENS
Net als zijn vriend en teamgenoot Nol Kulkens ontmoette hij zijn latere vrouw Ludy ook op het AFC-complex. Want Ludy was immers de jongere zus van Jos Kemna. Jos speelde in de jaren 1964 tot 1972 vast op de linkerflank bij de Reds.  

SPANJE
Huisman woont al tien jaar samen met zijn vrouw in het prachtige plaatsje Sant Vicenc de Montalt. Het dorpje ligt in de Spaanse provincie Barcelona in de Catalaanse heuvels. Ook ligt op korte afstand het nationale natuurpark Montnegre—Corredor. Dan rijst de vraag hoe kom je daar terecht.

ZAKENLEVEN
Ernst legt het even uit: “Ik was vaak op reis in Azië, Zuid-Amerika en Europa en dus vaak in warme landen. Toen ontstond al het voornemen om ooit, als de gelegenheid zich zou voordoen, naar het Zuiden met de warmte te verhuizen.  Dat is nu tien jaar geleden. Het is hier geweldig wonen met een heerlijk klimaat. Genieten geblazen kan ik je zeggen. Zo nu en dan gaan we even terug naar Nederland. Hoe het nu gaat bevalt ons prima”.

DRIE ZONEN
Ernst heeft drie zonen. Camiel de oudste woont in Australië en is getrouwd met Marleen Veldhuis. Veldhuis won goud en zilver op de Olympische spelen in Beijing en zilver en brons in Londen. Martijn woont in Spanje vlak bij zijn vader in de buurt. Dan is de link gauw gelegd. Ernst is een grote fan van voetbal grootheid Barcelona. Regelmatig gaat hij met Martijn de wedstrijd bekijken in Nou Camp. Ook dat is genieten geblazen met natuurlijk Messi als grote blikvanger. Zijn jongste zoon Tim woont in Nederland. Alle drie zitten ze, net als hun vader voorheen, in verschillende takken van de internationale handel en hebben zodoende veel aan elkaar qua contact en uitwisseling van ervaringen en adviezen. Met de zonen van Ernst zit het dus wel goed.

AFC
Als Ernst in Nederland is gaat hij indien mogelijk naar AFC. Een ruime maand geleden was hij nog aanwezig bij de wedstrijd AFC tegen UNA. Ook in Spanje kan hij elke week kijken hoe AFC het eraf heeft gebracht als er een wedstrijd is gespeeld. Maar het gaat niet alleen over voetbal. Ook bezocht hij zijn vriend en oud AFC-keeper Nol Kulkens in Hilversum. Enige tijd geleden hebben we Nol nog onder de loep genomen in deze rubriek. Het zegt veel over de band die de oud eerste elftalspelers met elkaar hebben. Het contact is er altijd op welke manier dan ook.

GOLF
Het actieve voetballeven houdt voor elke speler eens op. Als alternatief werd zo’n 10-12 jaar geleden door een aantal oud-AFC spelers de golfclub ASGS met veel succes opgericht. Inmiddels telt de club zo’n 40 oud-spelers en bevriende buitenleden. In navolging hebben ook de dames eveneens een lady’s club (ALGS) opgericht.
Ernst houdt zelf ook van het spelletje golf en speelt als het zo uitkomt met zijn ASGS vrienden mee als hij in Nederland is. Ook in Spanje zijn genoeg gelegenheden om golf te spelen voor. Meerdere malen heeft hij de eerder in dit jaar overleden voetbalheld Johan Cruijff ontmoet op “Golfclub Montanya”. De club ligt in de bergen van Barcelona, waar Johan nabij woonde en heel regelmatig speelde.

ERNST OVER EEN LEUK VOORVAL VAN ZIJN ZOON
Een leuk voorval deed zich voor toen zoon Martijn samen met de manager van één van de grootste Japanse concerns eind 2015 op een vrijdagavond op de golfclub samen aanwezig waren met een lege bar.  Het leek een saaie avond te worden. Ernst: “Mijn zoon wist dat Johan Cruijff vaak laat in de avond met Danny weleens langs kwam om nog iets te eten. Deze Japanse relatie heeft op zijn werkkamer in Tokyo een levensgrote foto van Johan hangen, die hij jarenlang al adoreerde. Plotseling ging de entreedeur open en kwam Johan met Danny binnen. De Japanner “verstijfde” en sprak “JOHAN CRUIJFF”, “NOW I CAN DIE”. De beste man had de avond van zijn leven. Er volgde een uur een geanimeerd gesprek aan de bar met een toegankelijke en altijd vriendelijke Johan Cruijff.  

16 juni 1967: Middelburg - AFC
Staand v.l.n.r.: Frits Röhrig, Ernst Seunke, Jos Lonnee, Ernst Huisman, Elbert Tak, Nico van Til
Gehurkt v.l.n.r.: Jos Kemna, Nol Kulkens, Jaap Draisma, Frans van den Bor, Ben Slaap

BIJZONDER
Wat AFC zo bijzonder maakt voor Ernst: “AFC stond in mijn tijd, in de 60-70 jaren bekend als een beetje elitaire club in Nederland. Niet helemaal onterecht. De buitenwereld keek er zo tegenaan. Mijn indruk is dat het nu in mindere mate, maar soms toch nog wel het geval is. De wisseling dat ik van volksclub Blauw-Wit naar AFC ging was groot. Om naar AFC over te stappen is één van mijn beste beslissingen in mijn leven geweest.
Leg dat eens uit Ernst: “Het verenigingsleven, de gezelligheid en de verbondenheid in AFC met toenmalige oudere leden (daar hoor ik inmiddels ook bij) is altijd optimaal geweest bij deze club. Dit aspect blijft altijd bestaan bij de club. De band met oude maar ook nieuwe clubgenoten blijft een “groot goed”. Als ik terugga in de tijd toen wij voor het landskampioenschap speelden in 1967 en 1969 waren daar een groot aantal complete AFC-families bij. In Sneek, Enschede, Emmen en Middelburg, ze waren er gewoon. AFC is een club met tradities. Neem nu b.v. het vieren van de verjaardag van de club altijd op 18 januari elk jaar. Iedereen in smoking met meestal 150 mannen uit volle borst het clublied zingend: ‘ik heb u lief, mijn AFC’, geweldig”.

GERIDDERD OP 1 APRIL
“Nee, (haha)dat was geen 1 aprilgrap. Een hoogtepunt voor mij, kan niet anders zeggen. Alleen dat goede gevoel al wat overheerst. Volgens mij vindt iedere nieuwe ridder het een eer om deel uit te maken van dit illustere gezelschap. Het tekent duidelijk hoe oude en mooie tradities, ooit door onze voorgangers in ’t leven is geroepen, nog steeds in stand (zullen) worden gehouden. AFC was en is nog steeds één grote vriendenclub en ik hoop dat ik nog vele jaren AFC als ‘mijn club’ mag omschrijven”.

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd
7 september 2016


“HOE IS HET MET ...... NOL KULKENS?"

In deze rubriek “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze column gaan wij oud-keeper Nol Kulkens interviewen.

Afgelopen week had ik een bijzondere ontmoeting met de 72-jarige Nol Kulkens, oud-doelman van AFC in zijn woonplaats Hilversum. Al ver op weg met mijn gegevens om Nol te spreken kreeg ik het bericht dat hij al anderhalf jaar ziek is. Dat betekende ook dat Nol en zijn vrouw Rinske moesten verhuizen in die moeilijke tijd. Alles moest gelijkvloers zijn. Hilversum is nu de woonplaats waar het echtpaar al geruime tijd woont.

SITUATIE
Hoe is de situatie nu momenteel? Nol: “Wat de sondevoeding betreft die ik krijg toegediend gaat dat redelijk goed. Na anderhalf jaar weet je niet beter. Je went eraan. (lachend). Soms mag ik een stukje kaas. Om acht uur sta ik op en komt de verpleegster. Dan word ik gewassen en om halfnegen zit ik aangekleed op de stoel en moet ik de dag doorkomen. De ene keer gaat dat makkelijker dan de andere keer".

AANPASSEN
”Ik moet je zeggen dat ik me altijd makkelijk aanpas. Die eigenschap komt me goed van pas. Bovendien ben ik altijd positief gestemd en kan ik genieten van de dingen die ik nog kan. Mensen die positief zijn komen het verst is mijn mening. Niet zeuren. De mensen zijn me niet vergeten dat heb ik wel gemerkt. Ik krijg regelmatig bezoek van veel mensen van AFC en oud-spelers. Lekker bijkletsen over alles en nog wat. Mijn zwager Jaap komt elke week uit Zwolle hierna toe. Jaap is al mijn vriend vanaf mijn tiende jaar. Dat zegt genoeg over hoe sterk onze band is.

VRIENDEN
Datzelfde geldt voor mijn vrienden bij AFC. Het is ongelofelijk hoeveel mensen er langs zijn geweest het laatste anderhalf jaar. Het geeft maar weer eens aan wat een geweldige club AFC is. Dat geeft me veel kracht om door te gaan. Ik heb een lieve vrouw naast me staan die alles voor me doet, wat wil je nog meer. Mijn situatie is stabiel te noemen. Ik train ook nog op mijn manier om fit te blijven. Alle beetjes helpen denk ik dan maar".

GELIJKVLOERS
”Alles is gelijkvloers hier in het appartement. Ik kan me voortbewegen in een speciale rijstoel. Buiten op het terras is het ook heerlijk toeven. Er heerst rust dus kan je ook lekker een boek lezen. Behalve op dinsdag als ze bezig zijn met maaien, niet klagen maar dragen denk ik dan maar".

SLOEP
”We hebben hier in de buurt een stukje grond waar we veel naar toe gaan. Daar ligt een sloep van ons. We gaan vaak een stukje varen ook met onze vrienden. Dat is echt genieten voor Rinske en mij. Het is niet zo dat je even de auto in stapt en erheen rijdt want dat heeft wat voorbereidingen nodig. We kunnen met de lift naar beneden waar onze auto staat en dat is een lekker voordeel. Thuis kan ik me ook goed vermaken. Schilderen en goede sportprogramma’s bekijken is ook een van mijn hobby's. Onze vrienden komen ook thuis nogal eens langs bij ons. Dat maakt het voor mij compleet. We praten dan vaak over bepaalde aspecten. Ik heb daar veel steun aan".

AFC     
Nol speelde in de periode 1962 tot 1972 voor AFC. Begin jaren '60 nam hij het stokje over van een andere keeper bij AFC, Henk Teiwes. Kulkens stond 10 jaar onder de lat bij The Reds en met veel succes. Tweemaal werd hij kampioen, in 1967 en 1969. Het was voor de Amsterdamse club in de jaren zestig toch al een zeer vruchtbare tijd. In 1961 begon het succes. Nol was niet alleen goed in het voetballen. In basketbal was hij ook zeer goed. Hij haalde met gemak het Nederlandse amateur basketbalteam en ook het Nederlands voetbalamateur elftal met o.a. Theo van Duivenbode, Rinus Israël en Hennie Schipper. Wat betreft de keuze had Nol weinig te vertellen. De familie van Rinske was AFC, het basketbal moest eraan geloven of Nol het nu wel of niet wilde. Rinske maakte de keuze en uiteindelijk de goede.

TECHNISCHE ZAKEN
Nol heeft bij AFC ook nog een paar jaar technische zaken gedaan in het bestuur met o.a Kees Gehring, Edwin Geluk en Dick van der Klaauw.
Nol was van alle markten thuis want hij heeft ook nog een tijdje keeperstraining gegeven. Een functie die natuurlijk op zijn lijf geschreven was. 

VERKERING  
Nol hoefde ook niet lang te zoeken naar verkering op het sportpark aan de Zuidelijke Wandelweg. Zijn passie begon bij AFC en liep daar ook zijn grote liefde Rinske tegen het lijf, een zusje van Jaap Draisma. Rinske ging altijd kijken bij haar broer die samenspeelde met Nol.

IN HET DOEL
Nol: ”Ja dat was mooi die ontmoeting met Rinske want ik was gelijk behoorlijk onder de indruk van haar. Ik had er wel oren naar eerlijk gezegd. Ze vroeg aan mij of ik ook in het team van Jaap speelde. Ja, antwoordde ik overtuigend. Wat voor plaats sta jij dan in het team vroeg Rinske zich af. In het doel. Oh, daar kijk ik nooit naar antwoordde Rinske gevat. Ik dacht toen van ik kan het wel vergeten. (lachend) Maar gelukkig is het allemaal goed gekomen".

GOUDEN BAL 
Het speldje met de gouden bal betekent heel veel voor de club AFC. Een traditie van hoog gehalte als je kampioen wordt. Bij een tweede titel zit er een diamantje in verwerkt. Nol bezat dat insigne door zijn twee kampioenschappen met The Reds. Maar helaas werd het insigne gestolen. Nol was op zakenreis in Italië. Waarschijnlijk hebben ze toen de speld van zijn jasje afgehaald. Nol was trots want hij droeg hem elke dag. Iedereen mocht weten dat AFC zijn club was. Gelukkig was Rinske de redder in nood en bestelde een nieuwe voor Nol. Op zijn zeventigste verjaardag werd Nol daar mee verrast.

Naschrift
Bij deze wil ik Edwin Geluk bedanken voor de ontmoeting die hij met Nol regelde. Edwin reed me ook nog even naar Hilversum heen en weer. Mijn dank hiervoor.

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd
25 mei 2016

“HOE IS HET MET ......
PETER DE WAAL?"

In deze rubriek “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze column gaan wij de 42 jarige Peter de Waal over de periode dat hij bij AFC aan de slag is geweest.

IN DE JEUGD BEGONNEN BIJ DWS
“Eigenlijk moest je zes jaar zijn om te kunnen gaan voetballen maar er werd gelukkig een jaartje gesmokkeld. Als klein ventje wilde ik toch heel graag gaan voetballen. Mijn eerste club was DWS in de F’jes waar ik twee seizoenen heb gespeeld. Toen werd ik door een scout naar Ajax gedirigeerd. Daar heb ik zes jaar in de jeugd gespeeld. Daarna weer terug naar DWS in de B-junioren. Vanuit daar kwam ik in de Amsterdamse jeugdteams zoals dat toen heette. Uit die periode kon ik toen kiezen waar ik heen wilde, AZ, Haarlem, Telstar. Zelfs bij Go Ahead Eagles kon ik terecht maar dan moest ik een internaat in en dat mocht niet van mijn moeder. Het werd toen Haarlem omdat ik ook mijn eindexamen moest doen en qua reistijd was dat oké.  Ik speelde in de hoogste regionale jeugd in de A. Daarna stroomde ik door naar de selectie”.

HFC HAARLEM
“Drie jaar heb ik bij Haarlem gespeeld. In mijn eerste jaar was dat wel mooi want ik was nog maar een broekie van net 18 jaar. Mijn eerste minuten waren tegen Excelsior. Ik had spelers om me heen als Piet Keur, Barry van Galen en Jeffrey Kooistra. Dat waren de spelers in die tijd. Allemaal goede voetballers. Mooie tijden meegemaakt die drie jaar bij Haarlem.

AFC-FC ZWOLLE-AFC
Na Haarlem volgde AFC in het seizoen 95/96. Amel Vroege bestuurslid van AFC vroeg mij of ik bij de club wou komen spelen. Ik kende de club omdat vrienden van mij daar speelden. Een seizoen later kon ik naar FC Zwolle toe voor een jaar, met een optie voor nog een jaar. Maar dat tweede jaar ging niet door omdat er bij Sport 7 geen geld meer was”.

KAMPIOEN 1E KLASSE
In het seizoen 1998/1999 keerde Peter weer terug bij De Reds voor nog eens vijf jaar. In 2001 werd AFC kampioen van de eerste klasse. Ton du Chatinier was toen de coach en had Peter in de gelederen. Peter speelde 153 wedstrijden voor The Reds en maakte 7 goals. En niet te vergeten is ook hij dus spelddrager van de Gouden Bal. Peter, “Heel trots op kan ik je zeggen”.

DU CHATINIER
Bij trainer-coach Chatinier was De Waal zeer populair. Dat had alles te maken met de instelling van De Waal. De verdediger die ook als verdedigende middenvelder goed uit de voeten kwam kon keek niet op een schrammetje meer of minder. Altijd ging hij er zoals gewoonlijk vol tegenaan. Die instelling kon Mister Utrecht wel bekoren omdat Chatinier zelf ook niet de minste was in het veld en genoeg beuken uitdeelde. Een ander wapenfeit van Peter was dat hij een goede pass in huis had.

MENTALITEIT
Du Chatinier was vol lof over Peter’s mentaliteit en omgang: ”Een topper. Paste zich moeiteloos aan. Dat heb ik ook gemerkt toen ik Elinkwijk trainde en Peter zich ook daar moeiteloos aanpaste. Dat zei al genoeg over deze jongen. Ja, hij kon goed en hard verdedigen maar was ook reëel. Goede tijden meegemaakt, een kampioenschap binnen gehaald en de humor was ook van hoog gehalte”. Peter heeft ook nog twee jaar bij Elinkwijk en een jaar bij de Beusbengels gespeeld, Bij Elinkwijk trof hij toen weer zijn oude coach Du Chatinier.

GANGMAKER
Ook Robert Gehring denkt met veel genoegen terug aan de tijd met Peter: ”Peter was ook de man die het vuurtje even lekker kon opstoken. En of dat nu in het veld, of in de kleedkamer was, maakte hem niets uit. Humor was ook één van zijn drijfveren. Als het maar voordeel opbracht voor de ploeg want zo slim was hij ook wel. We hebben heel veel schik gehad met die gozer in de kleedkamer. Ik heb vier seizoenen met hem gespeeld en dat was een prachtige tijd. Peter was echte gangmaker en vooral ook een grappenmaker in geuren en kleuren”.

VOETBALGEK
Het voetbalspelletje heeft Peter niet van een vreemde. Met de paplepel werd het er ingegoten door zijn vader Piet, want die kon er ook wat van. Die speelde niet voor niets in de A1 jeugd van AJAX in de jaren 1960/65. Sterker, hij speelde zelfs met Johan Cruijff in de jeugd. Peter’s vader gold als een groot talent die uitstekend op de linkerflank presteerde. Vele outsiders zagen in hem de opvolger van de grote Piet Keizer.
Peter: “Mijn vader vertelde me later nog eens dat hij in de A1 met Johan Cruijff had gespeeld. Mijn vader heb ik nooit zien spelen. Ze wonnen met 2-0 van GVAV in 1964. Mijn vader benutte een strafschop en ik meen Fens de 2-0. Johan was toen al een klasse apart vertelde hij mij in geuren en kleuren. In die periode bracht hij toen al veel tijd door met de A-selectie.  

COMPLEX AFC
“Altijd lekker binnenkomen hier op Goed Genoeg. Als je hier in het clubhuis komt voel je gelijk de goede sfeer. Altijd bedrijvig hier met de jeugd. En je komt altijd wel bekenden tegen die je soms een tijdje niet gezien hebt. Mijn vader komt hier elke week wel een paar keer. De hele familie is lid van AFC. Dat zegt genoeg lijkt mij”.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd
7 mei 2016                                       

“HOE IS HET MET?”

BENJAMIN PINTO

In deze rubriek “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze column gaan wij de  35-jarige Benjamin Pinto polsen over het wel en wee bij AFC.

Benjamin speelde van 2008 tot 2010 voor AFC in het eerste elftal. Het leek erop dat Benjamin gelijk in zijn eerste jaar kampioen zou worden met The Reds. Maar door puntenaftrek (5 punten voorsprong op ranglijst) omdat Turkiyemspor van het toneel verdween ging een eventueel kampioenschap de mist in. Maar, niet voor lang.

KAMPIOEN HOOFDKLASSE
De herkansing kwam een seizoen later in 2010. Met Benjamin dus in de gelederen, althans dat dacht iedereen. Alleen, waar was Benjamin eigenlijk? Door werkzaamheden in het buitenland moest hij noodgedwongen de kampioenswedstrijd tegen Omniworld (nu Almerce City) missen.

Benjamin zelf: “Ja, dat was echt balen dat ik niet bij deze wedstrijd aanwezig kon zijn. Ik zat in China en daar kon ik echt niet onderuit hoewel ik nog geprobeerd heb om die trip af te zeggen. Ik weet wel zeker dat ik een grandioos feest aan mijn neus voorbij heb zien gaan. Ik heb later alle verhalen van de jongens gehoord. Als er een feestje gevierd moet worden ben je bij AFC aan het goede adres. Maar eerlijk gezegd is er altijd wel een feestje bij deze warme club. AFC is een club die je moet leren kennen. En ben je eenmaal gewend, dan ben je verloren”. 

GOUDEN BAL
”De kampioensspeld, oftewel de Gouden Bal, heb ik wel in mijn bezit en daar ben ik echt heel blij mee. Voor mij is dat een grote eer en ik ben daar heel trots op, dat zeg ik je eerlijk. Natuurlijk had ik die laatste wedstrijd willen spelen. Het hele jaar ben je met het team bezig om eruit halen wat er in zit. En dan is het zover om kampioen te gaan worden en zit ik in China. Maar goed het zei zo. Voor mij was het in ieder geval een prachtige afsluiting bij het Eerste met de titel op zak. Na dat seizoen ben ik gestopt met voetbal op prestatief niveau. Ik speel wel nog steeds, maar meer voor het plezier in het tweede Zaterdagteam, alweer ruim vier jaar”.

COR TEN BOSCH
”Ook voor coach Cor ten Bosch vond ik het geweldig dat hij met AFC het kampioenschap pakte. Ik kon goed met hem overweg, wij hadden een goede klik als speler en trainer. En het was ook bijzonder knap van hem dat hij met AFC kampioen werd van de Hoofdklasse. Dat was in al die jaren nog niet gelukt. En dat gaat echt niet vanzelf, daar moet je keihard voor werken. Maar alles klopte dat jaar met een uitstekende groep. Goede voetballers en aardige gasten die echt voor elkaar gingen. En zeker ook Cor heeft een heel groot aandeel gehad in het kampioenschap”.  

JEUGD
Benjamin werd in zijn jeugdjaren bij AFC al snel door Ajax weggeplukt op 12-jarige leeftijd. In het team bij AFC speelde hij als spits en scoorde hij aan de lopende band. Een van zijn wapens was zijn snelheid en zijn doelgerichtheid. AFC icoon Kees Gehring had daar een treffend omschrijving voor: ”bloedstollend mooi”. Benjamin speelde ook nog drie jeugd interlandwedstrijden onder 18 jaar.
Ajax had anderen plannen dan 'aanvallen' met de jonge telg. Hij werd van spits naar rechtsback gedirigeerd. Een jaar later zeiden ze tegen Benjamin dat hij kon gaan. "Beetje vreemd" vond ook Benjamin maar zo gaat dat bij AJAX. Het is nou eenmaal een bedrijf. ”Als je van een spits een rechtsback maakt en je zegt een jaar later we willen je niet meer, is dat vreemd te noemen. Als klein ventje snap je dat niet. Ik was van nature een spitsspeler plotseling moest ik heel anders gaan spelen. Maar niet getreurd want via de jeugd van HFC Haarlem, AZ en Jong Oranje ben ik weer op het juiste spoor uitgekomen. Daardoor was een loopbaan in het betaalde voetbal een reeele kans geworden ”.

180 WEDSTRIJDEN PROFVOETBAL
Benjamin na zijn jaren bij AZ stage bij het Schotse Hibernian. Het liep helaas uit op een grote teleurstelling: "Je hebt goede en slechte zaakwaarnemers, maar mijn toenmalige agent liet mij gewoon aan mijn lot over. En na twee maanden in onwetendheid had ik het wel gezien en keerde hij terug naar Nederland. Stormvogels-Telstar wilde mij er graag bij hebben en zo is mijn profvoetbal-leven begonnen". Vier jaar speelde hij met veel plezier en wisselend succes in Velsen. Daarna verhuisde hij naar FC Den Bosch waar hij twee jaar speelde. FC Den Bosch bood hem een nieuw contract maar Benjamin was na vele super gedisciplineerde jaren klaar met het betaalde voetbal. Ook de mogelijke optie om bij FC Den Haag, De Graafschap of Heracles aan de slag te gaan legde hij naast zich neer. Benjamin koos voor zijn maatschappelijke carrière en het amateurvoetbal.

TERUG NAAR AFC
Hij werd directeur bij het bedrijf van zijn vader in de textielwereld en keerde weer terug op het oude nest aan de De Boelelaan bij AFC. Kees Gehring had daar een groot aandeel in door hem te overtuigen voor de Reds te kiezen. 

MAAR 1 AMATEUR CLUB VOOR MIJ
”Voor mij is AFC eigenlijk van kleins af aan  de club geweest in het amateurvoetbal. Voor mij is AFC een prachtige, traditionele club. Als je kijkt hoe vele zaken hier worden aangepakt is dat van grote klasse. Sommige mensen hebben een negatieve mening over AFC maar je moet de club leren kennen en dan is het hier echt ontzettend leuk. Als je hier het clubhuis binnenkom voel je al de warmte en de gezelligheid en je voelt je thuis”.

ZONDAGMIDDAG 
“Eigenlijk kom ik tegenwoordig nog te weinig op de zondag om te kijken naar het huidige Eerste. Ik voetbal in het tweede op zaterdag en het heeft ook grotendeels te maken met mijn jonge kinderen. De jongste, Jonathan, is net anderhalf jaar. De oudste heet Joshua en die wordt vijf jaar. Prachtig man. Die staat nu al te trappelen want hij wil maar een ding en dat is voetballen. Straks gaat hij bij AFC in de Champions League voor de kleintjes spelen. Dat lijkt me geweldig straks als je dat ventje in het veld ziet hollen. Ja, ik denk wel dat hij voorin gaat spelen want dat merk ik nu al als ik met de bal bezig ben met hem in de tuin. Hij wil alleen maar scoren. Ik kijk er echt naar uit”.  

WERK
“Ik ben eigen baas. Na mijn proftijd werd ik directeur bij mijn vaders bedrijf in de textiel. Nu heb ik een eigen bedrijf en werk ik nog zijdelings nog met mijn vader. Het bevalt me prima en ik verveel me niet”.

LEIDER
“Wat ik wel een keer in de toekomst zou willen doen bij de club is leider worden van het AFC 1. Ik heb het er weleens over gehad met Bob Duis om dat te gaan doen. Bob heeft al vele jaren ervaring en ziet in mij een goede en leuke leider. Dat compliment heb ik alvast binnen. Maar eerst moeten mijn kinderen wat ouder zijn. Daarna kunnen we altijd nog bezien hoe we dat gaan invullen”.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd
15 april 2016                                       

“HOE IS HET MET?”

ULI LANDVREUGD

In deze rubriek “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze column gaan wij de 44 jarige Ulrich Landvreugd polsen over het wel en wee bij AFC.
Daar speelde hij o.a onder trainers zoals Henny Kottmann, Rob Bianchi, Pim van de Meent, Ton du Chatenier en Stanley Menzo. Landvreugd kwam tot 132 wedstrijden, scoorde 25 goals en leverde 45 keer een assists.   Onder deze trainers vulde Uli zijn rugtas die hem later goed van pas kwam. Want hij had meer ambities, het trainersvak in, na het voetbal. Bij AFC trainde hij 5 jaar de A1 en 4 jaar de B1 en dat was een goede opstart naar meer in een latere fase van zijn trainerscarriere.

Uli begon in de jeugd bij Rood-Wit A. Daarna doorliep hij van 1985 tot 1991 bij Ajax de jeugdopleiding. Hij kwam 1 keer uit voor het nationale team onder de 15 jaar.

BETAALD VOETBAL

Daarna volgde het grotere werk bij Cambuur Leeuwarden om vervolgens voor Ipswich Town uit te komen. Een knieblessure gooide roet in het eten. Maar dat betekende niet dat Landvreugd zijn kicksen aan de wilgen hing. Hij bleef spelen in de top van het amateurvoetbal maar daar ging wel het een en ander aan vooraf.

KNIE

Ulrich: “Toen ik viertien jaar was, mijn eerste seizoen bij Ajax, kreeg ik de laatste twee maanden last van mijn knie. Het bleek dat ik een meniscus blessure had. Toen is daar een stukje van verwijderd. Dat is voor iemand van net vijftien jaar al vrij vroeg natuurlijk. Op zich was het gelukkig niet een grote ingreep. Maar een paar jaar later, net 17 jaar, kreeg ik te horen dat ze mijn meniscus helemaal moesten verwijderen. Op mijn 20e toen ik bij Cambuur speelde kreeg ik de laatste drie maanden weer last van mijn knie. Het bleek dat ik artrose had in mijn knieen. Geen leuk verhaal maar uiteindelijk bleek dat die blessure op jonge leeftijd mijn betaald voetbal carriere versneld heeft beëindigd”.     

AMATEURVOETBAL

De druk was er voorlopig af bij Uli, wat betreft het betaalde voetbal. Dat was wel behoorlijk balen: ”Je leeft van jongs af aan om een bepaalde doelstelling te halen en dat was bij mij het betaalde voetbal. Daar leef en train je voor. Op een gegeven moment merk je dat het niet meer mogelijk is en kom je bij een topamateur terecht. Dat was geen probleem verder want technisch en tactisch was ik vrij ver. Maar eigenlijk leefde ik gedurende die eerste amateurjaren nog wel met de teleurstelling van het verleden. Maar goed, ik moest verder en AFC was voor mij de club om de draad weer op te pikken. Nooit een moment spijt van gehad. Ben al twintig jaar lid, dat zegt genoeg”.

”Dat kwam ook door een vriend van mij, Michael Kandhai, die ook uit het betaalde voetbal kwam. Hij vroeg aan mij, ga naar AFC. Ik had nog steeds de ambitie om terug te keren in het betaalde voetbal. Mijn plan was hard trainen, sportschool en in het weekend een wedstrijd spelen. Het hoefde voor mij niet op een heel hoog niveau. Ik dacht van rustig opbouwen en kijken na een jaar of ik de stap weer kon maken naar het betaalde voetbal. Maar het ene jaar bij AFC werd een tweede jaar, en een derde, en ga zo maar door. Ze noemen het hier "het AFC virus". Nou dat klopt wel. Het zaterdag niveau ging mij makkelijk af en dat bleef niet onopgemerkt bij de zondag 1”.

Henny Kottmann, destijds de trainer-coach van AFC 1, was erg gecharmeerd van Landvreugd en haalde hem bij de selectie. Dat had ook te maken met het vertrek van Eshwin de Bruijn en Peter de Waal. Beide spelers werden weggeplukt bij AFC door Volendam en PEC Zwolle. Kottmann: “We hadden geen spits dus kwam het heel goed uit dat ik Uli weg konden kapen bij het eerste van de zaterdag. We hadden eerst nog een andere speler op het oog maar die voldeed niet. Uli moest even wennen maar na verloop van tijd kwam hij steeds beter uit de verf. En ons probleem was opgelost”.

Ook oud-AFC speler Kees Gehring was vol lof over het spel van Landvreugd.

”Uli was een getruckte speler met geweldige passeerbewegingen. Een mooie speler om te zien acteren op de velden. Het was vaak echt genieten als je hem op de flank zag spelen.

Landvreugd werd naast zijn actieve leven als speler ook de trainer van de A1 van AFC. In 2005 stopte Landvreugd bij de Reds. Samen met Dennis Purperhart ging hij nog een seizoen bij AFC ’34 aan de slag om daarna af te sluiten bij zijn jeugdclub De Dijk.

ASSISTENT BIJ BARNET SAMEN MET EDGAR DAVIDS

De ex-Ajacied weet inmiddels ook al weer lange tijd mee te praten over het trainersvak. Hij werkte o.a. samen had met oud Ajax speler Edgar Davids bij het Engelse Barnet FC uit Londen. Daar was hij de assistent van Davids van 2012 tot 2014. Ulrich werkte ook nog samen met Dick Schreuder (coach Katwijk) bij Barnet. 

CLUBS ALS TRAINER

Zijn eerste club die hij onder handen nam als trainer was bij SC Voorland. Met Voorland promoveerde hij driemaal. Daarna volgde tweemaal promotie met De Dijk. Met SVW’27 haalde hij een periodetitel. Met de AFC jeugd promoveerde hij vier keer. In zijn eerste seizoen bij Eemdijk begon hij gelijk met een promotie naar de hoofdklasse. Landvreugd is aan zijn tweede seizoen bezig en zijn ploeg is doet het goed. Eemdijk staat vast in het linkerrijtje. Inmiddels heeft hij bijgetekend en er een derde jaar aan vastgeplakt. De statistieken wijzen uit dat Landvreugd eens in de twee jaar een titel binnenhaalt. Geen slechte score natuurlijk. Als Landvreugd ooit de kans zou krijgen om bij AFC aan de slag te gaan als coach was zijn antwoord clear. ”Wie wil dat niet bij deze club”.

BLAUW WIT

Uli werkte ook nog kort bij Blauw Wit.

Oud Blauw Wit voorzitter Bernard Frank was zeer verguld met de komst van Landvreugd. Iedereen mocht weten dat hij een goede trainer had binnengehaald met een AFC verleden. Landvreugd kon zich geen beter compliment wensen. Helaas voor de club ging Landvreugd tussentijds weg bij Blauw-Wit voor de tussentijds gekomen kans bij Barnet.

Tot slot de vraag aan Landvreugd: wat zijn jouw wensen in het verdere verloop van je trainerscarrière? “Ik wil me blijven profileren als coach. Het is een prachtig vak om uit te oefenen en met die gasten de weg omhoog te bereiken. Ik heb het enorm naar mijn zin. Ik heb veel geleerd van de trainers van AFC waar ik mee heb gewerkt als speler. Daar pluk ik nu de vruchten van”.   

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd    
15 maart 2016

“HOE IS HET MET....
Jos Kemna?"

In deze rubriek “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze editie spreken wij met de 72 jarige Jos Kemna over het wel en wee bij AFC en wat hij zoal heeft meegemaakt bij "zijn AFC"..

Jos Kemna begon op zijn 13e jaar met voetballen in de junioren B1 van AFC. Jos speelde o.a  samen met Nol Kulkens, Bennie Roode, Jaap Draisma en Tom Swart, allen net als Jos al meer dan vijftig jaar lid van AFC en zij behoren dan ook tot de Ridders van AFC.

RECHTERKANT STERK BEZET IN DEZE B1
Tom Swart was een pure rechtsback met Jos voor zich op het middenveld. Swart: "Wij hielden de hele rechterflank in toom. Ik moest het hebben van mijn slidings omdat ik niet zo snel was. Jos was een uitstekende voetballer met veel snelheid. Bovendien was hij zeer technisch aangelegd. Een AFC kenmerk want daar staat de club om bekend. Het was heerlijk voetballen in dat team. Wij hadden ook een snelle rechtsbuiten Bennie Roode. Bennie maakte veel doelpunten. Hij is later dan ook in het betaalde voetbal terecht gekomen".

TWEE DIAMANTEN
Jos Kemna heeft een Gouden Bal met twee diamantjes in zijn bezit, net als Rolf Leeser. De laatste eenmaal als speler en twee keer als elftalbegeleider. Jos Kemna voor drie behaalde kampioenschappen als speler in 1964, '67 en '69. Bovendien is Rolf Leeser de bedenker van deze mooie traditie van de fel begeerde Gouden Bal.

Drie kampioenschappen meemaken bij AFC is uniek. Trainer in die jaren 60 was de legendarische Gé van Dijk, die in die periode vier keer kampioen werd met het eerste elftal. Jos Kemna speelde dertien jaar in het eerste van AFC van 1962 tot 1975.
De AFC A Selectie 1970-1971 voor aanvang van het befaamde Twentse Ros toernooi in Enschede.
Stand vlnr : Rob Duis en Ton van der Valk (elftalcommissie), Jaap Draisma, Nol Kulkens, Jan Hein Lans, Ernst Huisman, Bas Rachman, Peter van der Valk, Jos Lonnee, Frans van den Bor, Trainer Wim Houben, Hans Loonstijn, Rolf Leeser (e.c.) en voorzitter Henk  Kappelhoff.
Gehurkt vlnr : Nico Leloux, Jan Pelsma, Jules Theeboom,  Kees Gehring, Jos Kemna, Fred Laarhoven en Wout Koppen

In de jaren dat Jos in het eerste speelde bij AFC stond hij in de spits of linksbuiten. “Ik speelde in twee systemen. In het eerste jaar begon ik in de spits met een drie mans voorhoede. Later ben ik op de linkerkant gaan opereren samen met Rob Duis in het 4-4-2 systeem. Ik mag wel zeggen dat ik behoorlijk snel was. Ook scorend ging het me goed af en pikte ik mijn doelpunten mee. Ik heb een geweldige tijd gehad bij deze prachtige club waar ik nog regelmatig kom.  Drie kampioenschappen meemaken bij je club, daar kan je niet ontevreden over zijn. Ze waren alle drie heel mooi om mee te maken. En dan brak het feest los kan ik je zeggen, want daar kon je wel op rekenen bij de Amsterdamse Feest Club”.

Mei 1969. AFC – Drachten (2-1) om het Kampioenschap van Nederland. Jos Kemna scoort.

FOTOGALERIJ
"Als je hier op de club komt wordt je iedere keer weer herinnerd aan die mooie tijden als je de fotolijsten ziet hangen in de vitrine bij de ingang en in het clubhuis. Toen ik in 1975 stopte met voetbal in het eerste nam Henk Bijlsma mijn plek over. Ik kon dus met een gerust hart afscheid nemen”.

PUBLIEK
"
Ik vind het jammer dat er vaak zo weinig publiek komt kijken bij AFC. Wij spelen in de hoogste competitie. Als we straks in de Tweede Divisie spelen ben ik zeer benieuwd wat er dan komt kijken want je krijgt landelijke spreiding. Wat dat betreft was het in onze tijd veel drukker. Ik begrijp dat niet. Komt misschien ook door de TV. AFC doet het goed in de Topklasse. Zij hebben dit seizoen een goede ploeg met inhoud. Als wij gaan kijken met het vaste groepje staan we altijd achter het doel van de tegenstander, op de zgn. “Dijk”. En dan maar hopen dat de ballen er in geknald worden”.

CLUBHUIS
"
Ja, dat blijft bijzonder bij AFC. Als je binnen komt proef je de voetbalsfeer. Wat ook zo mooi is, is dat je vaak dezelfde mensen bij elkaar ziet staan. Ik kom regelmatig kijken bij het eerste als ik in Amsterdam ben. Ik ben benieuwd hoe het verder gaat aflopen met WKE. Gaat het AFC punten kosten of mag WKE de competitie afmaken blijft de vraag. Ben erg benieuwd hoe dat af gaat lopen” (ten tijde van het schrijven van dit artikel was de uitkomst daarover nog niet bekend)   

TANDARTS
“Ik zit al vanaf 1970 in het vak en ja, ik ben nog altijd actief. Ik werk drie dagen in de week. Echt een passie voor mij, dit prachtige vak. En er hebben al heel wat patiënten van AFC in mijn stoel gezeten. Eerst praktiseerde ik als militair in dienst, anderhalf jaar in de Palm Kazerne in Bussum. Ik had mooie diensten van 9 uur  tot 13.00 uur. Ik heb ook nog een paar wedstrijden in het militaire elftal meegespeeld. In de avond kon ik altijd trainen bij AFC omdat ik altijd weer op tijd thuis was. Mooie tijd meegemaakt, kan niet anders zeggen”.

VRIJE TIJD
Dat is wel mooi om te vertellen. Toen ik op mijn zeventiende jaar in het eerste kwam, voetbalde ik o.a. met Kees Bouwens. Mijn eerste seizoen, was Kees zijn laatste jaar in het eerste. Zo nu en dan golf ik nu met Kees. Kees wordt dit jaar negentig jaar en hij speelt nog twee keer in de week op de Amsterdamse golfbaan. Dat vind ik geweldig. Op die leeftijd nog een bal slaan is knap want het is niet één van de makkelijkste sporten. Ik vind het ook erg leuk maar ik heb geen talent ha-ha. Als ik naar ons vakantiehuisje in de Achterhoek ga, zit ik vaak op de mountain bike. Daar maak ik nogal eens een tochtje mee. Verder golf ik met mijn vrouw en daar genieten wij volop van. Wij komen de tijd wel door en vervelen ons nooit”.  

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd    
23 februari 2016

“HOE IS HET MET....
NILS ADRIAANS?"

In deze rubriek “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze editie spreken wij met de 44-jarige Nils Adriaans. AFC heeft vele kinderen die van de club zijn, Nils is er één van.

JEUGD
Zijn voetbaljeugd begon al heel snel bij AFC. Nils was net zes jaar oud toen hij al het prachtige shirt van The Reds om zijn schouders had. Nils doorliep alle hoogste jeugdteams van AFC en was een groot talent.

JOHAN CRUIJFF
Regelmatig was hij de uitblinker. Dat bleef niet ongemerkt want ook de grote meester Johan Cruijff en zijn staf waren zeer gecharmeerd van de jonge pupil van AFC. Nils zelf denkt er nog weleens aan terug.
Nils: ”ik heb een geweldige jeugd meegemaakt bij AFC die ik daarna kon doortrekken naar het eerste elftal. Mijn mooiste ervaringen heb ik in de E1 en de D1 meegemaakt. In die teams speelde ik samen met veel talentvolle jongetjes. Zo wonnen wij bijvoorbeeld van Ajax. Dat was toentertijd nog vrij bijzonder en daar werd binnen de club natuurlijk over gesproken”. 
 
AFC D1 1983-1984
Staand vlnr: Rein Akkerman (leider) Eric Kruijswijk, Bas Stork, Guido Wiersma, Erwin Smit, Nils Adriaans, Ronald v/d Meent, Ron van Doesburg (leider)
Gehurkt vlnr: Edward Janus, Nicky Roeg, Robert McCaldon, Robby Slager, Arjan Coorengel, Peter van den Dungen

HET GROTE WERK
Op 18 jarige leeftijd in het jaar 1990 debuteerde Nils in de hoofdmacht van AFC. Tot 1998 speelde hij in het eerste team. Hij kwam tot 130 wedstrijden en vier goals. Clubicoon Kees Gehring is lyrisch over Nils.
Gehring: “Nils was een mooie voetballer. Zeer technisch. Het was vaak van hoog niveau wat hij liet zien op het veld. Als ik hem zag spelen als laatste man deed dat denken aan Frans Beckenbauer of bijvoorbeeld Paolo Maldini die ook centraal achterin speelden. Echt een speler met voetbalintelligentie (of ‘gogme’ zoals dat zo mooi heet) die ook op het middenveld uitstekend uit de voeten kon. Onder Henny Kottmann en Pim van de Meent kende Nils zijn beste jaren”.


Nils in duel met Jordi Cruijff (FC Barcelona)

Na nog 10 jaar in de zaterdag 1 te hebben gespeeld, voetbalt Nils tegenwoordig bij het Klassieke Veteranen team van AFC. Een schitterende ‘wilde’ competitie met oude traditieclubs; De Kon. HFC, Sparta, VOC, HBS en Ajax om er maar een paar te noemen zijn de tegenstanders. Deze zelf georganiseerde competitie is zeer populair is bij de aangesloten clubs.
Aanvoerder van het team van AFC is Maarten Oldenhof. Ook hij geniet met volle teugen van een potje voetbal met die gasten op Goed Genoeg en daarbuiten. Op de vraag aan hem hoe Nils het doet in het team, en of hij het nog kan bijbenen komt Nils er goed vanaf bij zijn aanvoerder.
Oldenhof (lachend): “Nils mist nogal eens een kans hoor, maar heeft nog een ongelezen techniek. Hij heeft nog prachtige bewegingen in huis. Het is elke keer weer genieten geblazen. Hij staat bij ons op 10. Een plaats die je wel aan Nils kunt overlaten, Het gaat hem in ieder geval goed af. Nils is een slimme speler bij ons in het team en dat komt ons niet verkeerd uit”.
Nils zelf beaamde dat gelijk. “Heerlijk voetballen hoor in dit team op zaterdag wat toch stiekem mijn favoriete voetbaldag is. Ik kan mij lekker uitleven op mijn plek tussen de linies. Het is zijn leuke wedstrijden tegen goede tegenstanders in deze competitie. Nee, verdedigen, daar doe ik bijna niet meer aan.’

“Meestal is mijn gezin er ook bij als we naar AFC gaan wanneer ik moet spelen. Wij wonen nu zo’n drie jaar in Oegstgeest en hebben er net vier maanden geleden een zoon – Tristan – bij gekregen.” Lachend: “Dat we nu in Oegstgeest wonen heeft met de liefde te maken Het gezin is nu compleet geworden voor ons. Drie jongens en een meisje. Ik ben net als mijn vrouw een Amsterdammer. Als we hier zijn is het altijd weer ‘n beetje thuiskomen. De binding blijft altijd bestaan. AFC is een prachtige club met een grote uitstraling. Als je op Goed Genoeg aankomt voel je dat al gelijk. Daar zal nooit iets aan veranderen”.

Een keer op zondag naar het eerste kijken komt er helaas niet meer van. “Ik kom genoeg aan mijn trekken op de zaterdag, de zondag is voor het gezin. Daar hebben we het druk mee en ja dat is ‘rijkdom’. Wat mijn werkzaamheden betreft komt het goed uit dat ik ‘eigen baas’ ben. Ik kan mijn eigen tijden indelen. Ik ben onder meer werkzaam als hoofdredacteur bij het vakblad Creatie. Een blad over slimme reclame, marketing en PR. Daar komt bij dat ik ook weleens iemand geïnterviewd heb, dus ik weet hoe het werkt. (Lachend) “Het zal me dan ook niet verbazen als dit een heel positief stukje wordt”.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------    

Column van Hennie van de Weerd    
22 januari 2016

“HOE IS HET MET?”
EDWIN GELUK

In deze rubriek “Hoe is het met” komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze column gaan wij de 64-jarige Edwin Geluk polsen over het wel en wee bij AFC in de tijd dat hij in het eerste elftal voor The Reds uitkwam in de periode 1970 tot 1982.

Het bleef niet alleen bij voetballen voor Geluk bij AFC toen hij stopte met voetballen. AFC deed wel pogingen om hem te strikken voor een bestuursfunctie bij AFC maar dat liep even anders. ATC de tennisclub naast het clubhuis strikte Geluk even eerder voor een bestuurlijke functie. En wie anders dan zijn vriend Kees Gehring was de voorzitter van de club dus was die keuze een natuurlijke. Acht jaar deed Geluk zijn taken op de wijze hoe dat moet als bestuurder. In 1990 stopte hij als penningmeester van ATC. Een paar jaar later kreeg AFC een kunstgrasveld en werd de ATC opgeheven.

AFC sprong daar handig op in en strikte Geluk voor een bestuursfunctie in 1990 als 2e penningmeester. Ook daarin onderscheidde Geluk zich als een uitstekend bestuurder. Wie je ook spreekt op Goed Genoeg, iedereen heeft dezelfde mening over hem. “Edwin was streng maar rechtvaardig en is zeer loyaal aan de club”. Daar is nog niets aan veranderd heden ten dage. Als iets hem niet bevalt meldt hij dat. Voor de rest laat hij het aan de bestuursleden over zonder verdere bemoeienis. Je kunt het een kwaliteit noemen van de oud- bestuurder.

Na 20 jaar trouwe dienst nam hij samen met zijn vriend Kees Gehring afscheid als bestuurder. Gehring had inmiddels 25 jaar achter de rug. Het moment dat beide heren stopten was uniek te noemen. Een jaar eerder zouden beide iconen eigenlijk al stoppen. Maar alle leden van het bestuur drongen erop aan om nog een jaar door te gaan. En met succes, het mes sneed aan twee kanten want de club werd voor het eerst kampioen van de hoofdklasse. Toen werd het een afscheid met een nog beter gevoel en een dubbel feest afgesloten voor beide heren.

Geluk zelf over die periode: “Die functie als 2e penningmeester was mij op het lijf geschreven. Ik heb mij in die twintig jaar geen moment verveeld en er veel plezier aan beleefd. Ik heb eigenlijk nooit echt iets op voetbaltechnisch gebied willen doen. Ik heb veel gedaan voor AFC maar niet op dat gebied. Ik ben wel ooit pupillenleider geweest en ik ben ook een jaar leider geweest van de zaterdag 1 met Kees. En dat is eigenlijk het enige dat ik op het technische vlak achter mijn naam heb staan. Iedereen heeft zo zijn eigenschappen. Bij mij lag dat op het bestuurlijke vlak en daarom ben ik penningmeester geworden”.

Edwin Geluk kun je ook onderbrengen, hoe kan het ook anders, onder de AFC-ridders. Een titel die je toekomt als je meer dan vijftig jaar lid bent van de club. Dat is niet de enige titel die hij achter zijn naam heeft staan. Bij AFC zijn momenteel 10 Ereleden. Een daarvan is Edwin Geluk en ook hij kan zich scharen onder de Leden van Verdienste vanaf 1997.

ERELID

Geluk zelf is er zeer content mee. “Dat geeft mij een heel goed gevoel. Dat je wordt beloond met een titel bij deze vereniging. Daar doe ik het niet voor, maar je weet als je zoveel jaar iets doet dan hangt daar wel eens iets aan vast. Dat begon al met Lid van Verdienste wat me toen al verbaasde. Ik weet niet hoe lang ik al bezig was, nog niet eens zo lang in mijn herinnering. Maar goed, ik had daarvoor ook al een aantal dingen gedaan. Dat was de reden voor het toenmalig bestuur om mij te benoemen tot Lid van Verdienste. Ik dacht zelf van, als ik nog eens stop als bestuurslid word ik misschien ook nog Erelid. Maar die titel kreeg ik al voordat ik stopte. Ja dat was voor mij op dat moment een mijlpaal. Een enorme verrassing was dat voor mij want het gebeurde ook nog eens op het jaardiner. Het mooie van het verhaal is dat ik zelf in het bestuur zat en dan spreek je er over wie eventueel in aanmerking zou komen. Machiel was voorzitter en sprak de genodigden toe van “Oh ja we hebben nog iets en dat ging dus over mij en mijn benoeming tot Erelid was daar.
“Een mooi moment dat je altijd bijblijft”. 

CHRIS, VADER VAN EDWIN

Vanaf het moment dat ik kon lopen liep ik al op het veld op de Zuidelijke Wandelweg waar toen het complex zich bevond. Tim Timmerman en, de helaas vroeg overleden, Ton Disselkoen waren toen al mijn vriendjes. Tim loopt hier nog steeds rond op Goed Genoeg en dat is uniek te noemen.

De meeste andere jongens kwamen op hun tiende jaar hier voetballen, want dat was de leeftijd waarop dat pas mocht. Maar omdat mijn vader hier speelde in het eerste kwam ik hier al vanaf mijn geboorte. Ik mocht dan ook al op mijn negende jaar spelen. Ik heb mijn vader nooit in het eerste zien spelen. In 1953 is hij gestopt. Hij kwam van Blauw-Wit en is in 1941 naar AFC gekomen. Mijn vader speelde rechtsbuiten maar kon ook op de linkerkant uit de voeten, Dat was wel bijzonder. Ik heb hem alleen maar in de veteranen zien voetballen. (Lachend) Daar stond hij rechtsback en daar stond hij dan ook echt tot zijn 58e jaar”.

In zijn voetbalcarrière bij AFC haalde hij in het seizoen 79-80 de eretitel “speler van het jaar” binnen, Geluk speelde meer dan 300 wedstrijden voor AFC incluis de bekerwedstrijden. Dat waren er in die tijd niet veel.

“Dat klopt. Vroeger kon de club zich daarvoor inschrijven. Zo nu en dan werd dat gedaan. Maar veel succes hadden wij niet in de beker. Zo verloren we een keer van een vierde klasser Egmondia met 4-0, ben ik nooit vergeten”. Ik heb een prachtige tijd beleefd in het eerste bij AFC. Mijn ouders hebben volop de tijd meegemaakt dat ik in het eerste speelde. Dat geeft mij een uniek gevoel dat zowel mijn vader als ik bij AFC in de hoofdmacht hebben gespeeld.

EIGEN KLEDING WASSEN

Een (lachende) Geluk. “Ja, als ik daar nog aan denk moet ik gelijk aan mijn moeder denken want dat was een klusje dat zij voor mij deed. Daarna was Betty waar ik nu alweer 40 jaar mee samen ben de klos. Ik woonde samen met Betty in de Valeriusstraat. En daar hadden wij zo’n miniwash. Een machientje dat op het aanrecht stond. Daar moest je heet water in doen, de schoep deed de rest. Maar eerst gingen we na de trainingen met kleren en al eerst nog even onder de douche. Thuis werd het dan nog een keer over gedaan Als ik daar nog aan denk, wat hebben we het nu dan eigenlijk goed. Die gasten vandaag de dag worden volop in de watten gelegd”.    

HOBBY’S

(Lachend) “Nee, daar valt geen winkelen onder met mijn vrouw, alleen als dat hoognodig is. Maar gelukkig hebben wij ook andere interesses. Wij bezoeken veel het theater. Cabaret is een van onze favorieten. Ik hou van lezen, muziek, golf, wijn en wandelen (inmiddels het Pieterpad en het Maarten van Rossumpad gelopen) en verveel me geen moment kan ik je zeggen”.

VERBONDENHEID MET AFC

Wie mocht denken dat Edwin weinig meer doet voor de club heeft het mis. Zo zit hij nog in de archief commissie, vouwt en niet hij samen met Ger van Caspel het programmaboekje voor bij de thuiswedstrijden. Ook zit hij nog in de kascommissie van de Stichting en ook de organisatie van de Zilveren Ploeg zit in zijn pakket. In het verleden heeft hij ook nog 20 jaar de jaarlijkse kienavond (mede)georganiseerd en tot vorig jaar samen met voorzitter Ad Westerhof 8 jaar lang het Jaardiner.

Edwin heeft altijd tijd en dan kun je stellen dat deze man een rijk leven heeft.           

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd    
22 december 2015    

Voor het seizoen 2015-2016 zal er iedere maand een rubriek verschijnen onder de titel, “Hoe is het met?”, waarbij een oud eerste elftalspeler aan het woord komt. Na Robert Gehring, Mendel Witzenhausen, Malcolm Esajas, Daniel van Meer, Roy Tular en Theo van Seggelen, deze keer…..

“HOE IS HET MET
HENNY KOTTMANN”

In deze rubriek “Hoe is het met” komen oud-eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. Deze keer gaan wij de 59-jarige Henny Kottmann polsen over het wel en wee bij AFC waar hij dagelijks rondloopt.
Om met een opmerkelijk feit te beginnen, er is niemand bij AFC die een aantal seizoenen èn speler èn trainer was bij het eerste van AFC. Kottmann kan dat met recht zeggen.  

Verenigingsmanager
Vier dagen loopt hij rond op Goed Genoeg als verenigingsmanager van zijn club! Die taak vervult hij inmiddels zes jaar.
Kottmann lachend: ”Maak daar maar zes dagen van. Een enorm druk voetballeven, maar ik heb het prima naar mijn zin. Het is een uitgebreide functie waarbij ik vooral functioneer als verlengstuk van het bestuur, met name de ondersteuning van de secretaris en van de penningmeester, maar ook bijv. de ondersteuning van de commerciële commissie. Daarnaast verzorg ik ook het sportparkmanagement, waarbij een onderdeel is het dagelijks contact met de gemeente wat betreft het onderhoud van ons sportpark.
De ondersteuning van de penningmeester is m.i.v. dit seizoen overgenomen door Rinus van Leijenhorst om zodoende mij wat meer te ontlasten.
Binnen zo’n grote club als AFC komt er erg veel op je af. Ik ben in vele gevallen vaak het eerste aanspreekpunt voor de club. Kijk alleen maar naar het mailverkeer, 50 tot 100 mails op een dag is niets. Dan heb je ook nog de telefoon die op sommige dagen gewoon lekker blijft rinkelen.
Als ik mijn twee jongens van 7 en 11 jaar naar school heb gebracht ben ik hier om kwart voor negen. Meestal rond halfzes ben ik dan klaar.
Op de zondag bij de thuiswedstrijden van AFC 1 ben ik ook veiligheidscoördinator. In principe moet ik er dan voor zorgen dat de wedstrijd vlekkeloos verloopt in alle opzichten. Niet dat je bij AFC gekke dingen kunt verwachten. Wij hebben altijd twee ingehuurde beveiligers tot onze beschikking die bijv. het sterke drank- en glasgebruik buiten het clubhuis moeten controleren en na afloop van de wedstrijd altijd “de veiligheid” van de scheidsrechters dienen te waarborgen. Daarnaast zijn er nog een aantal andere zaken voor de wedstrijd te regelen, o.a. de radiokamer opstarten, de tegenstander opvangen, de 4de official van kleding en wisselbord voorzien, het kopiëren van de opstellingen voor de perstafel, het veld eventueel vooraf laten sproeien, etc. etc. Een breed scala van alle voorkomende zaken die rond een wedstrijd van AFC 1 dienen te gebeuren. Ik ben altijd op zondag om twaalf uur aanwezig om rustig orde op zaken te stellen. Rond halfzes uur ben ik meestal klaar. Als AFC dan ook nog gewonnen heeft is het helemaal mooi en daar hebben wij dit seizoen thuis gelukkig niet over te klagen. Nu is de winterstop ingetreden enkan iedereen weer even mooi bijtanken.
In de uitvoering van mijn werkzaamheden heb ik natuurlijk uitgebreid kennis opgedaan in mijn werkzame periode bij het bedrijf van Kees Gehring die 25 jaar lang deel uitmaakte van het bestuur van AFC, waarbij ik hem dagelijks assisteerde”.

Kind van de club
Een kind van de club zou je Henny Kottmann kunnen noemen, want dat is hij. Lid geworden op zijn 10e, altijd in de hoogste jeugdteams uitgekomen, op zijn 18e bij de A-selectie, 10 seizoenen AFC 1 en geëindigd als speler in de Klassieke Veteranen.
In het eerste elftal van The Reds was Kottmann een echte middenvelder. In de vorige column roemde Theo van Seggelen Kottmann om zijn technisch en tactisch vernuft en opbouw op het middenveld.
Kottmann had nog een prachtige anekdote over typisch Van Seggelen: “Prachtvent die Theo, vooral zijn wekelijkse trainingsritueel. Op dinsdag had hij altijd een boodschappentas van Albert Heijn bij zich waar zijn trainingsspullen in zaten. Na de training ging alles weer terug in die tas. Op donderdag verscheen hij dan gewoon weer op training met diezelfde tas met de onuitgepakte spullen van de dinsdag. Je begrijpt dat het niet meer helemaal fris rook tijdens het omkleden in de kleedkamer. Theo ging gewoon onverdroten door of er niets aan de hand was. Dat werkte altijd op onze lach-, maar ook op onze geurspieren”.

Trainerschap
Eigenlijk duurde de voetbalcarrière van Kottmann te kort. Op 28-jarige leeftijd stopte hij ermee en ging hij het trainersvak in. Achteraf beschouwd is hij te vroeg gestopt. Punt van zijn versnelde stoppen was ook dat hij inmiddels zijn trainersdiploma’s behaald had. Het trainersvak lonkte voor hem. Zijn grote voorbeeld was Gé van Dijk oud- speler van AJAX die o.a. met Rinus Michels samen heeft gespeeld.
Op 17-jarige leeftijd speelde Kottmann in de A1 van AFC waar Gé van Dijk zijn trainer was. De aanpak van Van Dijk imponeerde Kottmann gelijk. Vooral uitgaan van eigen kracht en maling hebben aan de tegenstander. Dat miste hij bij Doby Peters. Peters speelde nooit in dezelfde opstelling omdat hij een brede selectie had en je vaak na een mindere wedstrijd ernaast kon komen te staan. Dat beviel Kottmann eigenlijk helemaal niet want destijds en ook nu nog vindt hij dat je als speler het recht mag hebben om een mindere wedstrijd te spelen, mits je maar altijd je best hebt gedaan om dat te compenseren.
Als trainer-coach begon Kottmann op 29-jarige leeftijd bij sv Muiderberg waar hij twee jaar de scepter zwaaide. Vervolgens nam hij het in het seizoen 1988-89 samen met Pim van de Meent het na 5 wedstrijden over van de toenmalige trainer Hans Vlietman. Kottmann ging daarna voor 3 seizoenen naar zaterdag 1e klasser RKAVIC, en vervolgens voor 2 seizoenen naar CSW uit Wilnis.
Kottmann had zich altijd voorgenomen om voor zijn 40e AFC 1 te trainen en dat lukte dan ook op zijn 39e, precies bij het 100-jarig bestaan van de club. De jubileumwedstrijd tegen het Barcelona van Johan Cruijff was daarbij natuurlijk een hoogtepunt voor de club, maar zeker voor de spelers en begeleiding.
Na AFC is hij ook nog trainer-coach geweest van de Ajax Zaterdag 1, waarna hij gestopt is na een periode van 15 seizoenen trainerschap. De combinatie van fulltime werken, trainen op topamateur niveau en een jong gezin werd best wel een zware belasting.
Kottmann: “Zeker als je tegenwoordig ziet dat bijna alle hoofdtrainers in de Topklasse en Hoofdklasse fulltimers zijn en op zich zouden kunnen leven van de inkomsten van alleen al het trainerschap”.

Degradatiespook

In 1982 was Kottmann zeer belangrijk. Hij was het tenslotte die ervoor zorgde dat AFC niet degradeerde. In eerste instantie leek hij de schlemiel van de wedstrijd te worden. In het degradatieduel tegen EDO met een 0-1 achterstand vlak voor tijd leek het gebeurd. Er was geen redden meer aan. Maar in de eindfase van de wedstrijd werd Kottmann alsnog de grote man bij The Reds toen hij de gelijkmaker binnen werkte 1-1.
Kottmann voorkwam daarmee dat AFC zou degraderen naar de Eerste Klasse.  Vlak voor zijn goal miste hij echter een penalty. Daar ging het één en ander aan vooraf. Henk Bijlsma en de keeper van EDO waren zwaar geblesseerd en moesten behandeld worden. Dat moment had er alles mee te maken dat Kottmann de penalty niet kon verzilveren.
Kottmann: ”De blessurebehandeling van Henk en de keeper duurde vrij lang. Normaal had ik er geen probleem mee om een penalty te benutten. Maar het duurde en duurde maar. En dan ga je toch nadenken als ik maar niet mis want dan is AFC gedegradeerd!! Uiteindelijk maakte ik dan toch de gelijkmaker in de extra tijd van 5 minuten. Wat er toen na de wedstrijd gebeurde met de supporters was niet te beschrijven. Zoveel emoties en zoveel vreugde bij de vele meegereisde supporters. Die momenten staan mij nog steeds voor ogen en zal ik ook nooit vergeten”.
Als het aan Kottmann ligt loopt hij nog wel even rond op sportpark Goed Genoeg. Een functie die op zijn lijf is geschreven bij zijn club AFC.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd    
25 november 2015    

Voor het seizoen 2015-2016 zal er iedere maand een rubriek verschijnen onder de titel, “Hoe is het met?”, waarbij een oud eerste elftalspeler aan het woord komt. Na Robert Gehring, Mendel Witzenhausen, Malcolm Esajas, Daniel van Meer en Roy Tular, deze keer…..

“HOE IS HET MET
THEO VAN SEGGELEN”

              

In deze rubriek komen oud-eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. Deze week gaan wij de 60-jarige Theo van Seggelen polsen. De favoriete plek van Van Seggelen was een plaats op het middenveld. Van Seggelen voetbalde vijf jaar bij The Reds vanaf 1983 tot 1988. Daarna was hij ook nog een half jaar elftalleider van AFC 1. Theo is gehuwd en heeft twee zoons van 16 en 18 jaar.

“Als ik de kans krijg ga ik kijken bij mijn jongste zoon. Die speelt in de B3 van UVS. (Lachend) Ik krijg dan ook nog een taak toebedeeld, vlaggen. Hans Zandbergen, een vriend van mij, is leider van dat team. Het is wel even lekker op het veld en zeer ontspannen, kan ik je zeggen. Het weekend is belangrijk voor mijn gezin en mezelf. Soms loopt dat weleens anders maar ik probeer dat zo veel mogelijk te bewaken. Je moet het zo zien dat ik vijftig procent op kantoor zit en vijftig procent op reis ben. Ik heb daar wel mijn weg in gevonden, maar soms is het aanpassen”.
 

UVS-TELSTAR-AFC-UVS
Van Seggelen is een rasechte Leidenaar en is begonnen bij UVS. Midden jaren 70 voetbalde hij in de selectie van UVS. Met Lugdunum, LFC, en niet te vergeten Roodenburg waren dat de toonaangevende clubs in Leiden. Van Seggelen was een
uitstekende middenvelder met veel gogme in zijn spel. Op de club topscorerslijst aller tijden van UVS staat hij momenteel op een gedeelde 16e plaats met 35 goals. Voor een middenvelder een mooie serie. Gerard Desar was coach in die tijd. Van Seggelen speelde met o.a Arie Lagendijk en Fred Filippo in de Kikkerpolder, het magische sportpark van de Leidse club waar veel titels werden binnengehaald.
 

BEGAAFDE MIDDENVELDER
Van Seggelen had geen makkelijke carrière als middenvelder want hij werd constant door twee belagers op zijn huid gezeten toen hij bij UVS speelde. Er waren tijden bij dat hij daar stevig van baalde.
Het was maar goed dat er scheenbeschermers waren want de blauwe plekken waren soms niet van de lucht. Maar de klasse van zijn spel verloochende zich niet en uitdelen was ook wel aan de middenvelder besteed. Technisch gezien voetbalde hij zich er dan ook vaak weer onderuit, zijn tegenstanders beduusd achterlatend.

De middenvelder haalde in zijn studietijd ook het Nederlands Studenten Elftal. Een van zijn snoepreisjes was acht/negen weken naar Mexico. Daar speelde hij met het studentenelftal om de wereldtitel.
“Dat ging best wel lekker. We haalden de achtste finale en Roemenie was onze volgende tegenstander. Daar ging het mis. Daar zag het helemaal niet naar uit omdat we gelijkwaardig waren aan onze tegenstander. Op het middenveld stond Gheorghe Hagi tegenover mij. Op een gegeven moment werd het harder en ging het met mij fout en liepen zij binnen het kwartier uit naar 4-1. Ik kan nu achteraf eerlijk zeggen dat ik Hagi toen schopte en eraf kon met rood”. Hagi wordt in Roemenie nog steeds beschouwd als de beste voetballer van Roemenie. Hij won zeven keer de titel Roemeens voetballer van het jaar.
   

TELSTAR
Van Seggelen voetbalde bij Telstar o.a met André Wetzel, John Verschoor, Eef Melchers en Henk ten Cate. Toen trainer Joop Brand aan de slag ging bij Telstar had hij een dynamisch middenveld voor ogen. Brand kende Van Seggelen niet, maar zijn assistent Ted Immers (oud-coach FC Lisse) wel. Brand was eigenlijk heel gecharmeerd van een andere Leidenaar, Ben Heemskerk. Heemskerk speelde nog wel een wedstrijdje maar viel af door een langdurige blessure. Maar Immers wist goed de weg in het Leidse voetbalwalhalla en was snel succesvol. Hij shopte Van Seggelen weg bij UVS en Verschoor bij LFC. Een andere Leidenaar Ton Kamphues (ook een oud UVS-speler) stond samen met Verschoor en Van Seggelen op het middenveld bij Telstar. De Leidse voetballers waren populair in Velsen, waar Van Seggelen drie jaar speelde tot eind 1982. Hij had in die jaren een auto, een eend net als Frank Kramer (ook AFC’er), in zijn Telstar tijd. Het oude beestje deed het niet altijd en moest vaak worden aangeduwd. Van Seggelen kwam daardoor nogal eens te laat maar Brand had een zwak voor de middenvelder waar Van Seggelen volop van profiteerde. Dat te laat komen komt nog steeds structureel voor in zijn woordenboekje, maar dat past wel bij hem. Na Telstar kwam AFC in beeld. Daarna ging hij weer terug naar zijn oude liefde UVS, maar bleef altijd lid van AFC. Van Seggelen kan dus met een mooi gevoel terugkijken op een succesvol voetbalverleden met goed voetbal en veel humor.

VVCS EN FIFPRO
In het dagelijks leven heeft Van Seggelen een dynamische baan. Op bestuurlijk vlak heeft Van Seggelen een grote naam. Bovendien is hij ook jurist. Als je zijn naam ook hoort vallen komt gelijk de VVCS en het Bosman arrest ter sprake, en de FIFPro. Twee organisaties die alles met voetbal hebben te maken. Karel Jansen had een groot aandeel in de carrière van Van Seggelen tijdens en na zijn voetballeven. Het balletje ging rollen toen Jansen een keer op bezoek was bij Telstar. Hij was gelijk gecharmeerd van Van Seggelen omdat die deel uitmaakte van de spelersraad en de zaken regelde van de spelers bij ontslagzaken. Jansen was de grondlegger van de VVCS en zag in Van Seggelen de nieuwe man bij de VVCS. Bij de VVCS werd hij voorzitter van de spelersvakbond van 1993 tot 2004. In 2005 stapte hij over naar de FIFPro, de internationale vakbond voor professionele voetballers. Beide organisaties zijn gehuisvest in Hoofddorp in hetzelfde pand sinds 2013. Het nieuwe pand werd toen officieel in gebruik genomen. Sterspeler Didier Drogba verrichtte met een gericht schot de opening. Van Seggelen is bij de FIFPro secretaris-generaal. Aan die titel hecht Van Seggelen niet te veel waarde, hij blijft er nuchter onder. Wat wel zeker is, is dat hij een baan heeft met veel reizen en veel vergaderingen en alles er omheen.

AFC
Enkele weken geleden was Van Seggelen op Sportpark Goed Genoeg. Leden die langer dan vijf en twintig jaar lid zijn van AFC behoren dan tot de Zilveren Ploeg. Het was al weer een tijdje geleden dat Van Seggelen op Goed Genoeg aanwezig was, maar deze keer wilde hij niet ontbreken.   
Van Seggelen: “AFC heeft nog niets aan kracht verloren en dat zal ook niet gebeuren. Ik was onlangs nog op bezoek bij de club en dan komt de warmte je tegemoet. Er is weinig veranderd op Goed Genoeg, alleen de bomen die er vroeger omheen stonden zijn weg en dat is jammer. Als je het clubhuis binnen komt voel je gelijk de traditionele sfeer en alles eromheen.  Wat mij ook verbaasde is dat je dan toch veel gezichten ziet die je 30 jaar geleden ook daar zag staan aan de bar en dan voel je je helemaal gelijk thuis. En dan beginnen de gesprekken, je weet hoe dat gaat, prachtig”.   

Theo, je hebt vijf jaar, van 1983 tot 1988, bij The Reds gespeeld, wie heeft jou destijds benaderd? “Mijn eerste gesprek was met Kees Gehring, die toen elftalleider was. Zelf wilde ik ook graag naar AFC. Ik heb nog tegen Kees en tegen Edwin Geluk gespeeld. Goede voetballers, kan niet anders zeggen. Simon Cohen, die ik goed kende van het Nederlands Studenten Elftal, heeft later de details met mij afgerond.

De trainer van AFC was toen Doby Peters. Het was heerlijk voetballen met een uitstekend middenveld met spelers als Hennie Kottmann, Rob Ouderland, Simon Cohen en Orlando Patrick en later met mijn vrienden Edwin Ludwig en Hans Hulst. Vooral Patrick vond ik een kanjer van een speler. Over AFC kun je een boek schrijven, een club die niet klein te krijgen is. Elke week kijk ik altijd naar de uitslagen van AFC en UVS. De gebondenheid met deze clubs blijft altijd voor mij bestaan”.

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Column van Hennie van de Weerd    
1 november 2015    

“HOE IS HET MET”

ROY TULAR

In deze rubriek “Hoe is het met?”, komen er oud eerste elftalspelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. In deze column gaan wij de 49-jarige Roy Tular polsen. De favoriete plek van Tular bij AFC was bij voorkeur middenvelder/verdediger. Tular droeg ook jaren de aanvoerdersband bij AFC. In het dagelijks leven is Tular werkzaam bij de NOS. Daar is hij Eindredacteur van NOS Studio Sport.

Mooie zwerftocht Tular in het betaalde voetbal
Go Ahead Eagles, De Graafschap, Edmonton Brickmen (Canada), en FC Wageningen waren de clubs waar hij speelde. In totaal kwam hij tot 134 wedstrijden in het profvoetbal. Tular stopte in 1992.

Toen de profcarrière van Tular erop zat wilde de verdediger op een hoog niveau bij de amateurs verder gaan met zijn favoriete spelletje. In juni 1992 speelde Tular zijn eerste wedstrijd voor AFC. Tular was gelijk onder de indruk van de club. In zijn eerste jaar bij The Reds maakte hij ook gelijk mee hoe een Jaardiner bij AFC wordt gevierd na een zoveelste mijlpaal in het bestaan van de club. Bij AFC wordt dat dan uiteraard groots gevierd, welke traditie het dan ook is. Wat hem ook gelijk opviel bij de club was de saamhorigheid, clubliefde en het sociale verenigingsleven. Aspecten die bij de club AFC hoog in het vaandel staan. Voor Tular was dat een belangrijk gegeven.
De verdediger stopte in 2000 en kwam tot 192 wedstrijden in de hoofdmacht. In zijn laatste jaar als speler werd hij gekroond tot ‘speler van het jaar’. Inmiddels is hij coach van zondag 2 en al weer 23 jaar lid van de club, dat zegt genoeg. Tular is, kun je zeggen, een echte AFC’er geworden vanaf het begin dat hij lid werd.

Drukke baan bij de NOS
In het dagelijks leven werkt Tular inmiddels 20 jaar bij de NOS, vanaf januari als eindredacteur. Op de vraag aan Roy hoe laat hij opstaat om naar zijn werk te gaan is een heel ritueel aan verbonden.

Roy lachend: 06:21. Dan heb ik negen minuten voordat de wekker gaat om 06:30, ja en dan probeer ik op te staan. En als het dan nog niet lukt heb ik wederom nog 9 minuten en moet ik er echt uit want tussen zeven en kwart over zeven moet ik echt in de auto zitten. Mijn eerste handeling is om negen uur een redactievergadering bij de NOS. Dus ik probeer echt om halfnegen op mijn werk te zijn. De lengte van de dag is verschillend. Het ligt er een beetje aan wat voor soort dienst ik heb. Als eindredacteur ben je verantwoordelijk voor de uitzendingen van die dag. Over het algemeen maak ik het sportjournaal om 13:00 uur. Daarna het journaal van 18:45. Dat houdt in dat een dienst begint om 08:30 tot het sportjournaal s’ avonds is afgelopen en dat is meestal om 19:30 uur. Als ik geen eindredactiedienst heb dan werk ik meestal tot 17:30 uur”.

Roy vervolgens: “Ja en dan moet ik op tijd op Goed Genoeg zijn want we trainen om half acht. Ik probeer dat een beetje te managen door zo”n eindredactiedienst te doen als ik niet hoef te trainen. Daarnaast is de zaterdag een vaste dag voor mij om eindredactie te doen. En dan werk ik tot 12 uur s’ nachts. Dat betekent dat ik pas om 02:00 thuis ben want ik woon in Schijndel. De zondag staat dan natuurlijk het tweede team op het programma. Rond 08:00 uur zit ik dan meestal weer in de auto richting Amsterdam want het 2e speelt altijd om 11.00 uur”.

Tular leidt dus een druk bestaan met zijn werk en AFC. Daarnaast volgt hij ook nog de training cursus van de KNVB TC1 (EUFA A). Ook daar gaat veel tijd in zitten. Maar wie weet wat de toekomst brengt als ook nog het hoogste amateurdiploma wordt binnengehaald. De ambitie is volop aanwezig bij Tular. Voorlopig zit hij nog bij AFC waar hij het ontzettend naar zijn zin heeft. Wat het nog leuker maakt voor hem is dat twee oude speelmaten van hem bij AFC hem assisteren bij het tweede team. Dat zijn Joey Zebeda (assistent-trainer) en Frank Keijzer die regelmatig komt vlaggen.

Tijd voor het gezinsleven
“Als alles goed gaat op je werk en op rolletjes loopt gaat het allemaal een stuk makkelijker. Ik probeer altijd als ik thuis ben mijn werk in Hilversum te laten en het voetbal bij AFC. Ik besteed dan veel tijd aan mijn gezin en drie kinderen. Twee jongens van mij voetballen bij Schijndel, mijn dochter zit op hockey. Als ik een dag vrij ben gaat alle tijd naar hen toe. Lekker ontspannen want dat heb je gewoon nodig.”

Veel ervaring opgedaan bij amateurclubs als coach
Ook als trainer is Tular een bekende verschijning in de amateurwereld. Dat begon al in 1998 toen hij nog in het eerste elftal speelde bij AFC en de A1 en B1 onder zijn hoede nam. Die onderneming met de jeugd duurde twee jaar. Toen brak de tijd aan voor hem om zijn grenzen te verleggen bij een hoofdklasser in 2000. Bij RKSV Schijndel werd hij assistent voor twee jaar. Na die twee jaar kwam AFC weer in beeld. Met Stanley Menzo nam hij de honneurs waar ook als assistent. Dat duurde drie jaar. Toen zat de periode bij AFC er voorlopig weer even op want toen stond er een jaartje FC Breukelen op de rol als hoofdcoach. Toch kwam na dat jaar Schijndel weer in beeld voor weer een periode van drie jaar. In 2012 keerde Tular definitief terug op de bodem van Sportpark Goed Genoeg en ging weer aan de slag met de A2 en A1. Momenteel traint hij voor het tweede jaar achtereen het tweede elftal van AFC. Vorig seizoen pakte hij met het tweede elftal de periodetitel. Ook dit seizoen draait zijn team weer uitstekend mee bovenin.

Logchies versus Tular
Logchies: “Ik heb een uitstekende relatie met Roy. Roy is hier verantwoordelijk voor het tweede elftal. We voelen elkaar goed aan en gaan regelmatig samen even wat eten als we van ons werk komen om daarna de trainingen te leiden samen. Allebei zijn we druk en dan is het lekker even ontspannen als je samen even de dag kunt doornemen. We hebben allebei wel wat te vertellen. Mij hoor je niet klagen. Ik ga regelmatig kijken bij het tweede elftal want dat is het voorportaal om door te stromen naar het 1e elftal”.

Een kampioenschap lijkt me ook wel leuk voor die gasten?
Logchies “De primaire doelstelling van het tweede elftal is doorontwikkelen naar dat 1e elftal. En zit er dan een kampioenschap in is dat mooi mee genomen. De communicatie met Roy is in ieder geval optimaal en dat is een goede zaak”.   

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

In het seizoen 2015-2016 zal er iedere maand een rubriek verschijnen onder de titel “Hoe is het met?”, waarbij een oud eerste elftal speler aan het woord komt.

“HOE IS HET MET?”
Daniel van Meer

SPANJE
In 2008 verhuisde Daniel met vrouw en zijn twee dochters naar Spanje. In 2010 completeerde zoon Willem het gezin. Daniel woont in het fraaie kustdorpje Sitges, dertig kilometer ten zuiden van de Catalaanse hoofdstad Barcelona, het huidige walhalla in de voetbalwereld.

Daniel: “Het is aangenaam leven in Spanje, in een omgeving met veel zon en licht. De zee ligt op loopafstand en in de winter rijd je binnen een paar uur naar Andorra om te skiën. Gelukkig heeft de zon een grote aantrekkingskracht; familie en vrienden komen graag naar Sitges, waardoor de band met hen hecht blijft. Zo komt mijn broertje Geoffrey – speler van AFC zaterdag 5 – met enige regelmaat met zijn gezin op bezoek.

WAT VOOR WERKZAAMHEDEN IN SPANJE DOE JE DANIEL ?
Daniel: “Ik verkoop schoolboeken (Iddink Spain) en schoonmaakmiddelen (HG Spain). Beide bedrijven zijn we in 2009 gestart. Iddink is een educatieve dienstverlener. Al snel constateerden we dat er in Spanje geen professionele organisatie ten aanzien van het hergebruik van schoolboeken bestond. Door de crisis in 2009 heeft het bedrijf versneld kunnen groeien. We zijn nu marktleider in Catalonie en overwegen verdere uitbreiding in Spanje. De eigenaar van HG kende ik al langer. Toen de mogelijkheid zich aandiende om de toenmalige distributeur uit te kopen zijn we ingestapt. Sinds 2010 is ook Portugal erbij gekomen. Ik heb met beide bedrijven het geluk met goede, lokale mensen te werken. Zij kennen de markt goed, zijn loyaal en betrouwbaar en zorgen voor groei.

VOETBALLEVEN IN SPANJE
Daniel: “De eerste jaren in Spanje heb ik wekelijks gevoetbald. Vlak voor de komst van de jongste ben ik daarmee gestopt. Ik blijf redelijk fit door veel te rennen en sinds een paar jaar stap ik steeds vaker op de racefiets. Het voetbal trekt, maar het blijft bij een maandelijk potje met vrienden”.
Regelmatig bezoekt hij het stadion van FC Barcelona om een wedstrijd te volgen. En dat is een unieke beleving in Spanje.

Daniel; “De stadionbeleving is anders dan in Nederland; veel toegankelijker voor het grote publiek; vaders, moeders, grootouders en kinderen, iedereen beweegt zich zonder problemen in en rond het stadion. Er zijn zelden onregelmatigheden, ook bij de topwedstrijden is de sfeer fanatiek maar gemoedelijk. Het is prachtig om met regelmaat Messi en collega´s live aan het werk te zien.

LONGA-ELINKWIJK-AFC
Bij Longa speelde Daniel in de periode 1992-1996 en bij Elinkwijk van 1996-2000. Beide clubs speelden in die periode in de Hoofdklasse. Op 29 jarige leeftijd werd Daniel lid van AFC en speelde 5 jaar voor de Reds. “Wij woonden in Amsterdam en ik werkte bij ABN AMRO op 100 meter bij AFC vandaan. Ton du Chatinier kende ik van Argon en werd coach bij AFC. Ik wilde heel graag voor deze club gaan spelen”.

KAMPIOENSCHAP
Daniel: “Het werd een schitterend eerste jaar, met een kampioenschap en promotie naar de Hoofdklasse A. Du Chatinier maakte mij in het tweede jaar aanvoerder en met vrijwel dezelfde spelersgroep behaalden we dat jaar op een haar na het kampioenschap. We hadden echt een aardig team: een geweldige keeper Edwin van Holten en een sterk middenveld met Hans Geerlings, Robert Gehring en Mohad Zaoudi. Voorin speelden de mooie voetballers Uli Landvreugd en Dennis Purperhart. In mijn derde jaar raakte ik al in de voorbereiding geblesseerd. Ik brak mijn kuitbeen, scheurde beide enkelbanden en heb een volledig jaar moeten revalideren. In mijn laatste jaar was Stanley Menzo coach; het duurde even voordat we op stoom waren, maar na de winterstop draaiden we heel sterk en eindigden we als nummer 3. Na 5 seizoenen AFC ben ik uiteindelijk op 34 jarige leeftijd gestopt als speler van het eerste elftal”.

MOOISTE CLUB
Daniel: “AFC is voor mij de mooiste club waarvoor ik heb mogen spelen. Ik was me bewust van de bevoorrechte positie die je als speler van het eerste elftal hebt. Het publiek, de faciliteiten, de medische verzorging, de trainingskampen in Limburg, de Canarische eilanden, het jaardiner. Ik genoot van de sterke clubcultuur en de bezielende betrokkenheid van velen. Ook mijn vrouw kwam op zondag graag de wedstrijden bezoeken.

VOETBAL BIJ AFC
Daniel: “Het voetbal bij AFC, ook later bij de AFC-Veteranen, staat in de top-3 “ wat mis ik van Nederland”. In de eerste jaren dat ik hier woonde kwam ik nog over voor het jaardiner en de Gouden Ballen wedstrijd met de oud eerste elftal spelers. De laatste jaren is daar de klad in gekomen. Volgend jaar ga ik in mei wat alerter zijn en hoop ik weer naar AFC te komen.
Ik volg het eerste elftal nog wekelijks via de AFC-website en RTV-NH. De huidige trainer Bart Logchies ken ik nog uit de tijd dat ik zelf voetbalde. Hij was toen al een erkend vakman met een sterk profiel. Als hij met zijn team feeling kan krijgen met de huidige generatie spelers dan kan een seizoensstart met enkele overwinningen tot een mooi seizoen leiden. Ik ga het uiteraard -op afstand - volgen”.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voor het seizoen 2015-2016 zal er iedere maand een rubriek verschijnen onder de titel “Hoe is het met?”, waarbij een oud eerste elftal speler van AFC aan het woord komt. Deze maand september:

“HOE IS HET MET?”
Malcolm Esajas

In alles was Malcolm Esajas in de tijd dat hij voor AFC speelde een geweldige voetballer.  Geen praatjesmaker in het veld, altijd netjes in zijn doen en laten en bovendien een aardige jonge kerel.  Een sierlijke voetballer. Esajas speelde die het liefst op de linkerflank maar kon ook op de rechterkant goed uit de voeten. Esajas was een speler die altijd zijn creativiteit ten toon spreidde en het initiatief nam in het veld. De dribbel, de dreiging, en dan de kiezelharde uithaal om vervolgens de finesse te etaleren, een rasvoetballer op en top. En altijd bescheiden zowel binnen als buiten het veld. Het was genieten om deze speler aan het werk te zien op de groene wei. En dat is nog steeds zo.

Begonnen bij ZSGO en DWS om vervolgens de stap naar De Reds te maken met kampioenmaker Cor ten Bosch. Ten Bosch had allang gezien dat hij een parel in handen had bij DWS. In zijn AFC tijd was er al snel belangstelling uit het betaalde voetbal. Die belangstelling was niet alleen voor Esajas, maar ook voor Leandro Kappel die tegenwoordig in Griekenland speelt. FC Utrecht kwam voor laatstgenoemde en ADO Den Haag kwam kijken naar Esajas. Uiteindelijk kon Esajas via een kennis van zijn vader op stage bij MVV. Hij verdiende een twee-jarig contract, dat later nog eens werd verlengd met twee jaar.

Oud trainer Cor Ten Bosch over Malcolm: “Esajas is een kwaliteitsspeler waar je heel lekker mee kunt werken. Daar moet je er een aantal meer van hebben, jongens die graag willen. Hij is er zo eentje. Ik kan mij nog goed herinneren hoe makkelijk hij zich aanpaste aan zijn nieuwe omgeving bij AFC. Hij stond er altijd en werkte moeiteloos zijn trainingen af en verzuimde nooit. Esajas is in mijn ogen een speler die vaak beslissend kan zijn voor het team. Dat een paar clubs hem al een tijdje volgden was ik niet echt verbaasd over.

In de vier jaar dat Esajas voor MVV uitkwam speelde hij 118 wedstrijden. Zijn debuut was spectaculair op 7 augustus 2009 tegen FC Eindhoven. Na vier minuten spelen scoorde Esajas al zijn goal en gaf hij duidelijk zijn visitekaartje af. Hij zou er nog 27 scoren voor MVV. Bij ADO Den Haag speelde hij in het seizoen 2013/2014 maar 2 wedstrijden in de hoofdmacht. Hij kwam niet verder dan het belofteteam. Een seizoen later werd hij verhuurd aan RKC Waalwijk. Voor de club uit Waalwijk speelde hij 28 wedstrijden en scoorde vijf goals. Esajas heeft dit seizoen voor een jaar getekend bij FC Den Bosch. De club bestaat dit jaar vijftig jaar.

VOETBALLER VAN DE HOOFDKLASSE 2009

Malcolm maakte bij AFC een bewogen tijd mee. Hij maakte veel mee in positieve zin maar raakte ook twee maanden geblesseerd aan zijn hamstring. Positief was ook zijn uitverkiezing tot voetballer van de hoofdklasse A. Simon Kistemaker huldigde hem met verve. Maar Esajas had een dubbel gevoel, want hij was het liefst kampioen geworden met AFC.

Esajas: “Ja dat was echt balen. Door de aftrek van zes punten - omdat Turkiyemspor uit de competitie werd genomen - raakte wij in één klap achterop. Voor Westlandia was het toen niet meer zo moeilijk om kampioen te worden. Toen zij in een direct gevecht ook nog wonnen van ons was het gedaan. We waren op de goede weg dat seizoen. Erg jammer dat het niet lukte. Gelukkig voor de club werd dat rechtgezet een jaar later. Ik was daar helaas maar mijn droom om in het betaalde voetbal te komen kwam uit. Dat neemt niet weg dat ik zeer vereerd was dat ik voor AFC heb kunnen spelen. Cor ten Bosch heeft daar ook een grote rol in gespeeld”.

WARM HART

“Ondanks dat ik niet lang heb gespeeld bij AFC draag ik de club een warm hart toe. Het eerste waar ik op zondagmiddag naar kijk is de uitslag hoe ze hebben gespeeld en de tv beelden op RTV-NH. Als ik geen betaald voetbal meer zou spelen en terug ga naar de amateurs denk ik gelijk aan AFC want dat zou mooi zijn om bij deze club af te sluiten. AFC is een club die veel betekent zowel binnen als buiten het veld. Ik ga dan ook weer wonen in Amsterdam waar ik vandaan kom. Ik woon nu in Zoetermeer en ben inmiddels vader van een zoon van tien maanden en dat is ook heel speciaal. Ik wens AFC alle goeds toe dit seizoen. Van mij mogen ze doorstromen naar de tweede divisie. Het zal dan wel wat mannelijker voetbal gaan worden in die klasse. Ik heb dat al ondervonden in de Jupiler League al die jaren”.  

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Voor het nieuwe seizoen 2015-2016 zal er iedere maand een rubriek verschijnen onder de titel “Hoe is het met?”, waarbij een oud eerste elftal speler aan het woord komt.

“HOE IS HET MET?”
Mendel Witzenhausen

In deze rubriek “Hoe is het met?”, komen oud eerste elftal spelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. De tweede die wij gaan polsen in deze serie is de 39 jarige Mendel Witzenhausen. De favoriete plek van Witzenhausen was centraal achterin bij de Reds. Witzenhausen had een gave en die was dat hij tactisch sterk uit de voeten kwam, moeiteloos de wedstrijd kon lezen, en fysiek zijn mannetje stond.

CHATINIER VERSUS WITZENHAUSEN

Chatinier heeft al een rijke voetbalhistorie in de pocket zowel als voetballer als coach. Jarenlang was hij het boegbeeld van FC Utrecht. In 1985 kon hij helemaal niet meer stuk in Utrecht toen hij de KNVB beker naar de Galgenwaard dirigeerde. In de amateursector trainde Chatinier ook een aantal clubs, o.a bij AFC, Argon en Spakenburg . Bij AFC werkte hij totaal vijf jaar met een kampioenschap bij zijn debuut. Momenteel is hij werkloos na zijn laatste klus als assistent bij Zuid Korea. Maar daar kan zomaar weer van de ene op de andere dag verandering in komen. Chatinier is een gewilde trainer die ongetwijfeld weer aan de bak komt. De coach kwam afgelopen seizoen nogal eens langs op Goed Genoeg om de ploeg te zien spelen. Ook hij hoopte net als Witzenhausen dat AFC in de Topklasse zou blijven spelen wat dan ook gebeurde. "Maar soms is het ook weleens lastig als je weer teveel komt", volgens Chatinier. “Ton lachend: " daar moet je ook weer mee uitkijken want de volgende dag lees je dan dat je op een baantje uit bent. Maar om zo nu en dan aan te wippen is altijd leuk en de ontvangst is altijd heel hartelijk bij de club”.

Chatinier vervolgt: “Ik heb in de periode dat ik bij deze club heb gewerkt altijd de beschikking gehad over uitstekende voetballers. Daar hoorde ook Mendel bij. In feite kon je alle kanten op met hem. Ik heb hem toen van het middenveld afgehaald en naar achteren gedirigeerd. Hij kwam daar na mijn mening het beste uit de verf. Ik had een uitstekend middenveld staan dus dat kwam heel goed uit voor mij om Mendel naar achteren te schuiven. Mendel was zonder meer een goede voetballer, met de goede mentaliteit, fysiek sterk en voor mij altijd een meerwaarde geweest in het elftal”.

JEUGD

Ook Witzenhausen kwam uit de kweekvijver van AFC. De pupil stroomde met gemak door naar zijn volgende fase en dat was bij de jeugd van Ajax waar zijn verdere ontwikkeling een vervolg kreeg. Eén van de hoogtepunten in zijn jeugd was het spelen in het Nederlands Elftal onder 18 jaar. Coach daarvan was Dick Advocaat. In die lichting speelde hij samen met Clarence Seedorf en Patrick Kluivert die ook tot de selectie behoorden.

SELECTIE AJAX

In 1994/95 haalde Witzenhausen zoals verwacht de selectie. Het succesjaar van de Amsterdammers. Tot een debuut kwam het echter niet. En stond er een andere uitdaging op de rol.  

VVV-HFC HAARLEM

Het profleven van Mendel kreeg na Ajax bij VVV in 1995 een vervolg. De middenvelder kreeg volop de gelegenheid zich te etaleren in de Eerste Divisie. Na twee seizoenen in Venlo te hebben vertoefd volgde HFC Haarlem waar hij vier seizoenen zijn kunsten vertoonde wat werd opgemerkt doorAjax Cap Town.

Witzenhausen: ”Karel Bonsink sprak me na de wedstrijd aan en vertelde me dat ze interesse hadden in mij. Ik moest bij Tonnie Bruin Slot komen want die zat met een delegatie op de tribune. Het volgende seizoen zou dat moeten gaan gebeuren. Ze wilden iemand die aan het Ajax systeem voldeed. Ik heb toen een gesprek gehad en dacht dat de kans groot was dat we gingen verhuizen. Uiteindelijk besliste Leo Beenhakker dat niet ik, maar Marciano Vink daarheen ging. Blij maken met een dooie mus heet dat geloof ik”. Witzenhausen geloofde het toen wel. Hij speelde nog wel een half jaar voor Barnsley maar keerde  toen weer terug naar de amateurs in 2000.

KAREL BONSINK EN FC HILVERSUM

Witzenhausen daarover: “Ik had al een paar jaar heel prettig met Karel Bonsink samen gewerkt bij Haarlem. Daarom was het voor mij niet zo moeilijk om naar Hilversum te gaan. Ik heb veel te danken aan Karel. Ik zie hem dan ook als mijn tweede vader. Hij heeft mij met heel veel dingen geholpen. Ik was in die tijd een tijd ook aanvoerder bij Haarlem en daardoor kweekte Karel bij mij veel zelfvertrouwen. Een man met een groot hart waar nogal eens kritiek op was maar ik kan je zeggen dat dat geheel onterecht was ook omdat Bonsink ook nog eens een goede trainer was met visie. Ik heb zo nu en dan nog contact met hem en dat voelt heel goed als ik hem spreek”. Na Hilversum kwam hij Chatinier weer tegen bij  USV Elinkwijk. Het werd geen succes voor Witzenhausen bij Elinkwijk en ging na een jaar weer terug naar FC Hilversum. AFC had ook wel interesse maar John Kila hield dat tegen. Uiteindelijk werd Witzenhausen weer herenigd met Du Chatinier bij AFC waar hij zijn loopbaan afsloot. Het tweede elftal van de zaterdag van AFC lonkte.

TWEEDE ELFTAL

En dat doet Witzenhausen, inmiddels 39 jaar, met veel plezier. Lekker ballen met o.a Sjoerd Jens, Ronald de Boer, Ken Watanabe, Laurens Bianchi, Robert en Bobby Gehring,  Benjamin Pinto, David Westerhof, Hans Geerlings, John van Lottum en nog een hele waslijst aan bekende oud 1e elftal spelers.

“Als die gasten er zijn waar ik mee gespeeld heb is het reuze gezellig. Wat het tweede betreft blijft het wel aanpoten in de eerste reserve klasse. Ach, vroeger kreeg je het ook niet voor niets in het veld. Je moet slim spelen tegen die jonkies. Laat ze maar lekker lopen. Afgelopen seizoen stond ik met Sjoerd Jens in de spits. Heel apart met Sjoerd. Ja, die scoort nog steeds makkelijk. Ik geloof dat ik er zelf tien gemaakt hebt, niet slecht voor een verdediger toch!!

TWEEDE DIVISIE

"Ik ben geen voorstander van de tweede divisie. Ik vindt nu al dat ze de Topklasse belangrijker maken dan het is. Als je met ze praat dan is het net of dat het betaald voetbal is. In mijn ogen heeft het amateurvoetbal een hele belangrijke sociale waarde. Je moet er alles aan doen om te winnen maar het blijft amateurvoetbal. Het kan niet zo zijn dat de KNVB het beleid gaat bepalen bij de clubs. Als ze dat wel doen kun je als club zelf  bepalen wat je wel of niet wilt”.

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------   

Voor het nieuwe seizoen 2015-2016 zal er iedere maand een rubriek verschijnen onder de titel “Hoe is het met?”, waarbij een oud eerste elftal speler aan het woord komt.

“HOE IS HET MET?”
Robert Gehring

In deze rubriek “Hoe is het met?” komen oud eerste elftal spelers van AFC aan het woord die hun sporen hebben verdiend bij de club. De eerste die wij gaan polsen in deze serie is Robert Gehring. Je kunt niet zeggen dat de voetballoopbaan van Gehring een saai verloop kende. Na eerst zijn jeugd bij AFC en Ajax te hebben doorlopen begon zijn profavontuur bij Ajax in het tweede elftal als jonge student. Door blessures in het elftal kreeg hij zijn kans in het eerste elftal en mocht hij debuteren onder Louis van Gaal en Gerard van der Lem tegen Real Zaragoza. De eerste prijs was binnen voor Gehring “de Supercup”. Real Zaragoza werd met 4-0 in het Olympisch Stadion in Amsterdam verslagen. Een goed begin als je met een grote cup thuiskomt en dat bleef niet ongemerkt. Daarna ging het snel ondanks dat hij een knieoperatie had ondergaan. Zijn maatje Dave van den Bergh sleepte hem mee naar Rayo Vallecano, waar ook ex-speler van NAC en Willem II Yassine Abdellaoui onder contract stond, maar daar kwam hij niet aan spelen toe. Rayo Majadahonda wilde hem wel huren en daar zei Gehring ja tegen. Het Spaanse leven beviel hem uitstekend en ook de entourage was geweldig, alleen sportief gezien werd het voor Gehring allemaal niet wat hij er van had verwacht.

Gehring: “We woonden ieder in een mooi appartement in Las Rozas, een wijk ten oosten van Madrid. Daar hebben we het echt naar onze zin gehad. Toen mijn contract afliep ben ik weer huiswaarts gekeerd om weer bij mijn club AFC aan de slag te gaan. Het weerzien was als vanouds, het was net of ik niet was weggeweest. AFC was het seizoen ervoor gedegradeerd en het was het doel direct terug te keren naar de Hoofdklasse. In het seizoen 2000-2001 onder leiding van Ton du Chatinier beleefden wij een absoluut topseizoen en werden wij kampioen in de Eerste Klasse. Een prachtig feest, maar ja dat zijn alle feesten bij deze club”.  

Gehring was en is nog steeds een echte middenvelder want hij voetbalt nog steeds naar hartenlust in het tweede elftal van de zaterdag van AFC. Technisch vaardig, inzicht en souplesse zijn geen vreemde aspecten voor de middenvelder als de bal rolt. Wie je ook spreekt in de voetballerij over Robert Gehring, iedereen is altijd positief gestemd over deze speler, toen hij nog in het eerste elftal speelde bij de Amsterdammers. Een van zijn bewonderaars was en is oud trainer van AFC Cor ten Bosch. Ten Bosch praat nog altijd zeer positief over deze speler die altijd onverstoorbaar zijn gang ging op het veld. 

Ten Bosch: “Een geweldige speler waar ik goed mee heb kunnen werken in het eerste jaar dat ik coach was bij AFC. Het is jammer dat hij toen is gestopt. Ik had nog wel met hem door willen gaan. Robert was een stylist in mijn ogen. Bij Robert zag je altijd zelfvertrouwen in zijn spel en nooit onzekerheid, een echte leider in het veld. Een speler die altijd wist wat hij deed. Van Robert moest je het alleen niet hebben van meeverdedigen, maar wat dan altijd weer zo mooi was, was dat hij dat zelf oploste door zijn dwingende manier van spelen en moeiteloos de regie weer overnam. Hij was het die de tegenstander dwong zich aan te passen aan zijn spel en niet andersom. Een op en top sportman met een groot AFC hart. Het is jammer dat hij nooit voor een club in de Nederlandse Competitie heeft gespeeld. Ik weet zeker dat hij het dan ver had geschopt”, aldus Ten Bosch.

Ondergetekende zag Robert voor het eerst spelen in 2007 tegen Haaglandia in Rijswijk.

Met 2-6 werden de Rijswijkers opgerold mede door uitstekend spel van Gehring die ook in die wedstrijd scoorde middels een penalty. Na de rust was het snel gebeurd met de aspiraties van Haaglandia en liep de score op door onder andere Sjoerd Jens (wie anders) die twee maal het net liet bollen. Gehring droeg ook een aantal seizoenen de aanvoerdersband van AFC.  

De middenvelder was geen druktemaker in het veld maar loste het altijd op een beheerste manier op zoals het hoorde. Na elf jaar in de hoofdmacht te hebben gespeeld stopte Gehring in 2009 op 33 jarige leeftijd. Het tweede elftal van de zaterdag, uitkomend in de reserve Eerste Klasse A, met zijn oude maatjes (zoals Hans Geerlings, Ken Watanabe, Laurens Bianchi, Joey Esionye, Mendel Witzenhausen, Lex Oosterling, maar ook met coryfeeën als John Ewbank, John van Lottum en Ronald de Boer) lonkte, iedere week onbezorgd lekker voetballen zonder druk.

Robert is nog altijd vaak te vinden op Goed Genoeg. Vorig seizoen had zijn club het moeilijk maar daar had hij weinig van meegekregen het eerste half jaar.

Robert zelf daarover: Je zegt dat ik echt een AFC jongen ben en dat is waar. Meestal ben ik er alle thuiswedstrijden bij. Maar door een ernstige ziekte van mijn moeder, was ik niet in de gelegenheid de wedstrijden te bezoeken, want dan is voetbal niet belangrijk meer. We waren alleen maar bezig met ziekenhuis bezoek, iedere dag. Wij waren dan ook heel blij dat ze met de Kerst weer naar huis mocht. Het gaat nu gelukkig weer goed met haar en daar zijn we ontzettend blij mee kan ik je zeggen”.

“Na de winterstop kon ik weer meer naar de club en kreeg ik er meer zicht op. Met Stanley als nieuwe coach hadden wij de hoop dat het zou lukken. Willem Leushuis heeft in zijn tweede seizoen allerlei dingen geprobeerd, maar dat wilde maar niet lukken. De visie van Menzo werkte gelijk. De ploeg verloor slechts een maal. Het heeft de ploeg echter het hele jaar aan een echte spits ontbroken. Ik vind wel dat Pepijn Veerman het goed heeft gedaan onder Menzo. Misschien heeft hij te weinig vertrouwen gekregen bij Leushuis, Menzo zag dat anders. De AFC-supporters waren de laatste jaren zeer verwend met een spits als Sjoerd Jens. Die scoorde de afgelopen jaren aan de lopende band. Ik ben heel benieuwd naar onze nieuwe spits Pieter Koopman die is overgekomen van De Zouaven. Als je 22 goals maakt in de Hoofdklasse dan kan je wel iets”.
 

TWEEDE DIVISIE

“Zoals het in mijn tijd was met de zaterdag en zondag Hoofdklasse was dat volgens mij veel beter. Toen de topklasse erbij kwam begon het al te veranderen. De sfeer van vroeger is aan het verdwijnen en dat is jammer”.

“De tijden zijn aan het veranderen in de voetbalwereld. Het reizen heeft daarin een grote rol gekregen. Als straks de tweede divisie erbij komt wordt het alleen nog maar erger. Op welke dagen moet je straks gaan spelen, dat kan de vrijdag, zaterdag of zondag zijn. Lastig plannen lijkt mij met de verre busreizen. Hoe dan ook, je kan op je kop gaan, maar het komt er toch. Wij hadden daar in onze tijd weinig last van, omdat de tegenstanders allemaal uit de buurt kwamen. Ik ben benieuwd hoe dat gaat lopen straks als er wordt samengevoegd. Ik ga ervan uit dat AFC er straks bijzit, want als voetballer ga je toch voor het hoogste podium. AFC heeft altijd op het hoogste niveau gespeeld dus ik verwacht dat deze lijn wordt doorgetrokken.

Met Bart Logchies zie ik dat zitten, want dat vind ik al jaren een gretige trainer. Ik ken hem uit mijn tijd dat hij coach was bij Argon en KBV. Logchies heeft het altijd goed gedaan, dus waarom niet bij AFC, want AFC beschikt komend seizoen over een goede selectie”.

Tot slot van dit gesprek met Robert kwam natuurlijk zijn jongere broer Bobby ter sprake.

Wie is er nu eigenlijk beter, Bobby of jij?? Robert breed lachend, “ik natuurlijk”. “Maar zonder gekheid. Bobby was een groot talent. Toen hij 15/16 jaar oud was hij een van de grootste beloften van zijn leeftijdsgroep. Hij was ook aanvoerder van het Nederlands elftal onder 16 jaar. Wat Bobby waarschijnlijk heeft tegengehouden in zijn verdere ontwikkeling zijn de vele posities waar hij op heeft gespeeld. Hij begon als spits in de C1 van Ajax, werd toen middenvelder en uiteindelijk verdediger. Het mooie ervan is dat hij nog altijd met dat euvel te maken heeft in de zaterdag 2 van AFC. Hij staat elke week bij ons wel op een andere plek. Wat dat betreft is hij wel multi inzetbaar in ons team en zijn we beide gelijkwaardig in het veld, denk ik!!

Hennie van de Weerd.

Inloggen

Gegevens vergeten?
Terug naar de site

Account aanvragen

Terug naar de site