Geschiedenis 1920-1945

Seizoen 1920 -1921. Er braken moeilijke tijden aan voor AFC. Op de terreinen van boerderij “Goed Genoeg” zou gebouwd gaan worden en AFC moest verhuizen naar een andere locatie in Amsterdam. Het werd een terrein aan de Zuidelijke Wandelweg. AFC verliet daarmee de vertrouwde Watergraafsmeer en vele leden bedankten omdat de nieuwe velden ver buiten de stad lagen en moeilijk te bereiken waren. Wel werd er op 4 december 1920 een fraaie complex geopend, met een kleedlokaal en een grote overdekte tribune, maar de wijk Amsterdam Zuid bestond nog niet en de De Lairessestraat was toen de buitengrens van de stad. Tot overmaat van ramp kon het eerste elftal het niet bolwerken in de 1e klasse. Het eindigde troosteloos onderaan en degradeerde daardoor naar de toenmalige Overgangsklasse. Ook het seizoen daarop, 1921-1922, bracht geen successen. De eens zo gevreesde en populaire club zakte steeds verder weg. AFC eindigde weer onderaan met slechts 11 punten uit 22 wedstrijden en degradeerde daardoor voor de tweede maal achter elkaar, dit keer naar de 2e klasse. Niet onvermeld mag blijven, dat op 5 maart 1921, door een groepje AFC-ers een Cricket Club werd opgericht, onder de naam A.C.C. (Amsterdamsche Cricket Club). 

Seizoen 1922-1923, hoe moest het nu verder met AFC? De bloeiende club uit de Meer had moeten verhuizen tot ver buiten de stad. De club had daardoor veel leden verloren, zat met een nieuw veld, maar met lege tribunes en met een grote schuld. Maar toen bleek AFC een “echte” club te zijn en met groot optimisme zette het bestuur en de leden de schouders eronder. Twee zaken daarbij bleken later van levensbelang te zijn en dat waren de verschijning van het clubblad “De Schakel” (het eerste nummer verscheen op 22 september 1922) en de invoering van het A.R.O.L.-toernooi. In de eerste Schakel opende de voorzitter met de volgende woorden: “Het AFC-schip staat op de helling en ondergaat een grondige reparatie”. Het A.R.O.L.-toernooi , vernoemd naar de te vroeg overleden Tony van Lierop, zou uitgroeien tot een succesvol toernooi dat gespeeld werd bij het begin van de competitie. Clubs als Ajax, Blauw Wit, Zeeburgia, R.C.H., Robur et Velocitas, H.F.C., D.W.S., N.A.C., A.D.O. en A.G.O.V.V., om er maar een paar te noemen, behoorden tot de deelnemers. Het Amsterdamse publiek wist de weg weer naar AFC te vinden en het dit toernooi werd de kurk waarop AFC in de komende tijd zou drijven. In de competitie werd de neergaande lijn enigszins verbroken en AFC handhaafde zich in de 2e klasse. 

In de seizoenen daaropvolgend, 1923 t/m 1926, kon het eerste elftal van AFC, om het op z’n Amsterdams te zeggen, nog steeds geen potten breken en eindigde steeds in de onderste regionen. Schaf Scheepens, één van de oprichters van AFC, trad in 1926 af als voorzitter, na deze functie bijna 30 jaar te hebben bekleed. Op 26 augustus 1926 werd het eerste A.R.O.L.-toernooi gespeeld, met V.V.A. als winnaar en Schaf Scheepens werd benoemd tot Erevoorzitter. In het seizoen 1926-1927 deed AFC eindelijk weer eens van zich spreken. Lange tijd bleef het eerste elftal meedoen in de strijd om het kampioenschap. Tegen een mede titelkandidaat werd een 3-0 voorsprong weggegeven en verloor AFC met 4-3. AFC werd daardoor geen kampioen en eindigde op een tweede plaats. Maar, we telden weer mee. Verheugend was het feit dat zowel het tweede als derde team het kampioenschap behaalden. AFC-2 promoveerde daarmee naar de reserve 1e klas. Tijdens de jaarwisseling werd voor het eerst de nieuwjaarswens Kloris en Roosje opgevoerd. In het seizoen 1927-1928 kwam AFC met goed voetbal voor de dag. De negende wedstrijd tegen Velox bracht helaas een ommekeer er werd met 3-2 verloren. Maar AFC diende een protest in, wat uitgebreid de landelijke pers haalde. AFC verloor het protest en eindigde uiteindelijk op een toch enigszins teleurstellende vierde plaats. Tijdens dit seizoen kreeg de club de beschikking over een lichtinstallatie. In het seizoen 1928-1929 werd de competitie stilgelegd, omdat de tot dan toe strengste winter van de eeuw inviel. Pas in maart kon er weer gevoetbald worden. Maar AFC deed het slecht en zo ontstond de mythe dat AFC het vaak slecht doet na de winterstop. Twee wedstrijden voor het eind stelde het eerste zich pas veilig, met een matige zevende plaats. Ook het seizoen 1929-1930 werd weer was een moeilijk seizoen en lange tijd leek het er op dat AFC als hekkensluiter zou eindigen. De wedstrijd tegen Bloemendaal werd de ommekeer. AFC won met 3-2, waarbij alle goals door Charles Lungen gescoord werden. Hierbij mag vermeld worden dat, puur door de uitzonderlijke klasse van Charles Lungen, AFC voor de tweede klasse behouden bleef. 

Het seizoen 1930-1931 begon goed. Na vijf wedstrijden stond AFC zelfs bovenaan, maar aan het eind van de competitie stonden er vier clubs onderaan met een gelijk puntenaantal waaronder AFC. In een nacompetitie moest uitgemaakt worden wie zou degraderen. AFC won de eerste twee wedstrijden en was veilig. Hollandia uit Hoorn werd de klos en degradeerde naar de 3e klasse. Een seizoen later, 1931-1932, zag het er weer naar uit dat AFC onderaan zou eindigen, maar toen iedereen zich er al bij neerlegde dat we zouden degraderen, kreeg het eerste elftal de geest. Tegen Zeeburgia wist AFC na een 4-2 achterstand, toch met 6-4 te winnen. Met een zevende plaats in de competitie werd degradatie net op tijd afgewend. In het seizoen 1933-1934 moest AFC weer alle zeilen bijzetten om na een fraaie eindsprint zich voor de zoveelste keer te redden. Ondanks de heersende crises en het uitblijven van grote successen, bleef de vereniging groeien. De open tribunes aan beide zijden werden verlengd en er kwam een nieuwe staantribune waardoor er een capaciteit was voor 8000 (!) toeschouwers. Op 22 mei 1934 werd een afdeling Honkbal opgericht. Naast het voetbal waren er dus nu mogelijkheden zomers, binnen AFC-verband, de cricket- of honkbalsport te beoefenen. 

18 Januari 1935. AFC bestaat 40 jaar en dat werd uitbundig gevierd. Tijdens het reünistendiner op 17 januari 1935, klonk voor het eerst het, tot op het laatste moment geheim gehouden en door Dick Bessum geschreven en Scheltus van Kamferbeke gecomponeerde, clublied. Op 20 januari speelde AFC een erewedstrijd tegen de toenmalige kampioen van Nederland Ajax. Helaas werd met 7-1 verloren. Het eerste elftal liet zich echter inspireren door alle festiviteiten en behaalde tenslotte een zeer eervolle derde plaats in de competitie. En zo vierde AFC feest in een tijd waarin de crises heerste, maar waarin het clubleven bloeide als nooit tevoren. Voor het seizoen 1935-1936 bestonden grote plannen, maar het eerste elftal slaagde er weer niet in mee te doen in de strijd om het kampioenschap. Daarvoor werd te wisselvallig gespeeld. Het resultaat was uiteindelijk een vierde plaats. De conclusie was dat als men wil blijven meetellen, het nodig is dat training, vorming en opleiding op de meest serieuze wijze aangepakt dienden te worden. In 1935 werd een nieuw clubhuis in gebruik genomen. Dat was nodig om, zoals men vond, “de houten troep waarin men zich tot nu toe moest verkleden, waardig te vervangen”. Naar zoals later bleek zou dit clubhuis ruim een kwart eeuw het beeld van het AFC-terrein aan de Zuidelijk Wandelweg en het clubleven beheersen. Het volgende seizoen, 1937-1938, bracht weer teleurstelling. Pas kort voor het einde van de competitie wist AFC zich in veiligheid te stellen. Het enige succes dat vermeld moet worden is het feit, dat “onze” AFC-er in hart en nieren, Charles Lungen, werd verkozen om in het Nederlands Elftal te spelen. Op 5 april 1937 speelt hij naast de beroemde Bep Bakhuis in Antwerpen de interland tegen België. Nederland verliest weliswaar met 2-1 en het zou, zoals later bleek, bij die ene interland blijven. Maar Charles Lungen werd daarmede de enige AFC-er die ooit het (grote) Nederlands Elftal zou halen, het Nederlands amateurelftal niet meegerekend. Eindelijk weer eens een seizoen, 1938-1939, met enig succesHet eerste elftal presteerde buiten verwachting goed en behaalde een zeer fraaie tweede plaats. Dit was in jaren niet gebeurd en het was een verademing na al die jaren waarbij maar steeds op het nippertje, degradatie was voorkomen. Het was ook een groot succes voor de aangetrokken Engelse trainer Jack Donnely, die het volste vertrouwen van de spelers kreeg. Donnely gaf tijdens het seizoen aan het eerste elftal geheel zelf te willen samenstellen. De bestaande elftalcommissie trad daardoor in zijn geheel af. Een verwarrende tijd was aangebroken. Door de mobilisatie was de voetbalbond genoodzaakt voor het seizoen 1939-1940 een noodcompetitie in te stellen. De Amsterdamse tweede klassers werden met de derde klassers samengevoegd in één competitie. En wat in jaren niet gebeurd was, AFC werd ondanks de buitengewone omstandigheden, kampioen. Ondanks het sombere wereldgebeuren was er vreugde over het behaalde kampioenschap. Op sobere wijze vond toch een huldiging plaats. Gezien de omstandigheden werden lang niet alle wedstrijden gespeeld en vond geen promotie en degradatie plaats. Niemand kon toen nog vermoeden, dat het oorlogsgeweld in volle omvang zou losbarsten en vijf volle jaren zou aanhouden. 

In 1940 was de wereld in verwarring en brak de oorlog uit. In het begin van de Duitse bezetting leek echter alles gewoon verder te gaan. AFC werd wel opgeschrikt door het overlijden, op 27 september 1940, van onze oprichter en Erevoorzitter Schaf Scheepens, die een grote leegte in de club zou achterlaten. Maar hoe gek het misschien nu ook klinkt, de tribunes zaten vol en men leefde intens mee met het eerste elftal, dat in en verwoede strijd om het kampioenschap was verwikkeld. AFC deed lang mee in die strijd om de bovenste plaats, maar aan het eind van de competitie kwam AFC net één punt te kort en moest de eer aan ZFC gelaten worden. Ondanks de moeilijke omstandigheden waarin Nederland zich bevond, ging het voetballen in het seizoen 1941-1942 gewoon doorAFC ging in deze competitie goed van start, mede dankzij het goede keeperswerk van Ties Gerrits en na het terugtreden van Charles Lungen, door onze nieuwe doelpuntenmachine Dick Disselkoen. Aan het eind van het jaar stond AFC zelfs op de tweede plaats, met slechts één punt achter de koploper. Toen volgde echter twee onverwachte nederlagen en de kansen op een kampioenschap waren definitief verkeken. Een vierde plaats op de ranglijst was tenslotte het eindresultaat. Toch vormden zich ook donkere wolken aan boven het clubleven. Gedwongen door de omstandigheden moesten Joodse leden bedanken voor het lidmaatschap en toen ons lid Hans van Swol weigerde tegen NSB’ers te tennissen, werd hem van hogerhand verboden nog aan sport te doen. Toen, door verraad, bleek dat Hans gewoon in één van de lagere elftallen stond opgesteld, betekende dat bijna een schorsing voor de gehele vereniging. Dick Bessem volgde de aftredende I. H. Galavazi, die 26 bestuursjaren achter de rug had, op als voorzitter in deze moeilijke tijd. De oorlogssituatie bleef doorwoekeren maar desondanks werd in het seizoen 1942-1943 gewoon gevoetbald. Wel had dat zijn weerslag op de hele vereniging. Onder het leden hadden onvermijdelijk ook enkelen de kant van de Duitsers gekozen. Maar die paar vielen in het niet tegen de honderden die trouw gezworen hadden aan het vaderland. Het gevolg was dat het ledental, ondanks de moeilijke omstandigheden met sprongen steeg. In 1943 steeg het ledenaantal van bijna 500 tot meer dan 710. Het eerste elftal werkte een goed seizoen af met een zeer verdienstelijk tweede plaats. Henk Sonnevelt, Ko van Eijk en Dick Disselkoen waren in die tijd de uitblinkers en zorgden voor heel wat AFC-doelpunten. 

Dat het een tijd was van grote onzekerheid en spanningen, blijkt wel uit een tekst in de Schakel, die secretaris Arnold Eijsvogel schreef op 19 juni 1942 .“Wat 1943 ons op sportgebied en in ander opzicht zal verschaffen, ligt nog geheel in het duister, of er weer gevoetbald zal worden, of de AROL-beker verspeeld zal kunnen worden, dat alles is volkomen onzeker, of ons, of velen of weinigen uit ons midden weggerukt zullen worden, tijdelijk of voor goed, dat alles is een benauwde en open vraag, waarop nog geen antwoord gegeven kan worden. Wij zouden gaarne op de dingen vooruit loopen, maar wij kunnen en mogen dat niet. Maar wel kunnen wij den vurige wensch uitspreken, dat spoedig, heel spoedig de lieve vrede over ons vaderland moge terugkeeren en dat alle AFC-ers en hun familieleden, verwanten en kennissen behouden zullen blijven en zich weer onbevreesd, frank en vrij aan hunne werkzaamheden, aan hun gezin en aan hun sport ten volle zullen kunnen overgeven”. Er waren inmiddels allerlei initiatieven binnen de vereniging ontwikkeld, zoals de “contactcommissie”, die het contact onderhield met AFC-ers die naar Duitsland waren getransporteerd voor gedwongen tewerkstelling, en de “Voedselcommissie”, die in staat was die leden die in de moeilijkste omstandigheden verkeerden aan wat extra -vaak levensreddend- voedsel te helpen. 

Het seizoen, 1943-1944, bracht teleurstelling en succes. Voor het eerste werd het A.R.O.L.-toernooi, dat steeds meer belangstelling trok, gespeeld in het Olympisch Stadion. De aanleiding hiertoe was op zich zelf zeer onaangenaam; de luchtbeschermingsdienst had er bezwaar tegen dat het toernooi op de Wandelweg gespeeld zou worden. Nog nooit had AFC haar eigen toernooi weten te winnen, maar aan het begin van dit seizoen lukte dat wel. A.G.O.V.V. werd in de finale, voor ruim 12.000 toeschouwers, met 2-0 verslagen. In de competitie was er minder succes en ondanks een 12-0 overwinning op Volendam eindigde AFC kansloos in de middenmoot. De omstandigheden door de aanhoudende oorlogssituatie verslechteren en er kwamen  steeds meer berichten door over arrestaties, deportaties en verlies van, meestal Joodse, leden. Zij hadden de verschrikkingen niet overleefd. 

Finale AROL-bekertournooi 1943 in het Olympisch Stadion

AFC - AGOVV: 2-0 met 12.000 toeschouwers. Voor het eerst won AFC haar eigen tournooi 

Op 18 januari 1945 bestaat AFC 50 jaar. Aan dit 50-jarig bestaan werd, ondanks alle misère, toch aandacht besteed. Op die dag kwamen de leden ’s morgens bijeen bij het graf van Schaf Scheepens op begraafplaats Zorgvlied en ’s middags in café-restaurant “Eggers”. Het werd geen feest, daar stond niemands hoofd naar. Maar AFC was jarig en dan kwam je bij elkaar. Voor veel mensen was het voetballen misschien wel één van de weinige afleidingen en het ledenaantal van AFC bleef toenemen, vooral bij de jeugd. In de loop van de tijd traden toch steeds meer negatieve ontwikkelingen op en zo mochten leden van Joodse afkomst al lang niet meer in wedstrijden uitkomen. In de loop van 1944 verslechteren de omstandigheden zodanig dat de competitie wordt stilgelegd en er niet meer gevoetbald kon worden. Zelfs het AFC-terrein liep gevaar, want de Duitsers dreigden een gedeelte van de tribunes te slopen om een vrij schootsveld aan de rand van de stad te creëren. Het bleef gelukkig bij een dreigement. In de laatste, zeer koude maanden van de oorlog, bleek de houten tribune geliefd te zijn om als brandstof te dienen, maar door inzet van eigen bewaking wist men dit te voorkomen. Een samenvatting uit het jaarverslag over het seizoen 1944-1945, opgemaakt door de toenmalige secretaris, Arnold Eijsvogel op 6 juli 1945, net één maand na de bevrijding. Hierbij kon men zich dus voor het eerst na lange tijd weer vrij kon uiten. Het geeft op indringende wijze aan hoe men dat toen beleefde: “Langen tijd was het onzeker of dit jaarverslag geschreven kon worden, of althans dit jaarverslag tijdig aan de leden zou kunnen worden uitgebracht. Wij hebben immers een zeer bewogen seizoen achter de rug, een seizoen waarin veel officieel verboden was, een heleboel dingen toch gebeurden, maar ook veel niet plaats vond. De druk door de bezetters van Nederland op ons dierbaar vaderland en zijne bevolking uitgeoefend werd steeds zwaarder en onverdraaglijker. Het verzet werd daardoor aangewakkerd, er vielen in en buiten onze vereniging tal van slachtoffers en de beoefening van de sport was totaal onmogelijk. Zouden wij ons tot het eigenlijke voetbal beperken, dan waren wij al gauw uitgepraat. Op 20 augustus werd er nog een oefenwedstrijd gespeeld tegen Wormerveer, waar liefst met 7-0 van W.F.C. werd gewonnen. Het was een uitslag, die veel beloofd voor de komende AROL-wedstrijden, maar zooals ’t vaak gaat hierop volgde een desillusie. Kon in het eerste oorlogsjaar, in september 1939, de AROL niet uitgespeeld worden, de strijd om de AROL-beker zou dit jaar op 27 augustus en 3 september plaatsvinden, die 2e dag op 3 september werd tevens de laatste dag dat er gevoetbald zou worden. En met die AROL dag in 1944 was het voetbalseizoen in feite volledig ten einde. Wel werd er nog vrij geregeld geoefend door onze jeugd, maar op een gegeven moment moest ook daarmede gestopt worden, toen in het voorjaar van 1945 de Landwacht acte de présence gaf op een manier, haar volkomen eigen, maar voor een Nederlander volkomen onwaardig”. 

Gelukkig was er ook aandacht voor meer aangename dingen en ondanks de nog heersende oorlogssituatie werd er ook gewerkt aan het feit dat AFC op 18 januari 1945 haar vijftigste verjaardag zou vieren. In het jaarverslag van Arnold Eijsvogel, lezen we daar het volgende over: “Inmiddels was het feestcomité voor het 50-jarige bestaan van AFC reeds druk in de weer. Grootsche plannen waren niet alleen ontworpen, maar er was reeds op uitgebreide schaal een aanvang gemaakt met het instuderen voor de revue, welke als wij goed zijn ingelicht, eens een daverend succes beloofd te worden. Jo Wijnand had het Gouden Boek reeds voor elkaar met hulp van ’t Koggeschip. Juist als het boek gezet zou worden, werd het gas afgesloten en het lood kon niet meer gesmolten worden. Maar wat in het vat is, verzuurt niet. Zoo ben ik thans weer aan het einde van dit jaarverslag gekomen. Het seizoen 1944 -1945 ligt weer achter ons en het nieuwe staat voor de deur. Het nieuwe seizoen zal ons hopelijk nog veel vreugde brengen, want wij hebben het groote feest ter herdenking van ons 50-jarig bestaan nog te goed…… Laten wij allen, nu ons dierbaar vaderland bevrijd is van de tirannen, nu wij weer kunnen leven als menschen, de handen uit de mouwen steken en vol vertrouwen de nieuwe toekomst tegemoet gaan” ….“The Good Old”, dat zij leve”.  

Het officiële feest ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van AFC en het uitkomen van het Gouden Boek van A.F.C. zou pas in november van 1945 plaatsvinden. Een hoogtepunt daarbij was de opvoering, in theater Bellevue, van de speciaal voor deze gelegenheid door Jaap à Cohen geschreven “AFC-Revue”. De verschrikkingen van de oorlog waren eindelijk voorbij, de club had ondanks veel persoonlijk verdriet en persoonlijke verliezen de oorlogstijd doorstaan. 

Inloggen

Gegevens vergeten?
Terug naar de site

Account aanvragen

Terug naar de site