Geschiedenis 1895-1920

In het eerste jaar (1895) en het jaar daarop was er nog geen sprake van georganiseerd voetbal. Niemand dacht in die tijd nog om aan competitievoetbal mee te doen. Voor "friendly" games waren er genoeg tegenstanders. M.E.O (Muiderpoort en Onstreken), H.E.O (Haarlemmerpoort en Omstreken) waren graag gezien tegenstanders en er werd zelfs een uitwedstrijd in Bussum gespeeld, iets wat in die tijd een grote bijzonderheid was. Als eerste terrein werd gespeeld op een lapje grond tussen de huidige Nassaulaan en de vijver van het Vondelpark. Dat was dan wel verre van rechthoekig, maar een corner werd dan maar praktisch gewoon vanaf de straat genomen. Van huur was nog geen sprake; men nam het stuk grond gewoon in bezit. In de loop van de tijd zou AFC op verschillende plaatsen in Amsterdam een terrein bespelen, waarvan geruime tijd in de Watergraafsmeer. J Hylkema werd gekozen tot eerste voorzitter, vanaf 1896 werd Hein Brass tot voorzitter gekozen. 

Twee jaar na de oprichting, in 1897, besloot het bestuur AFC in te schrijven voor deelname aan de competitie in de 2e klasse van de Amsterdamsche Voetbalbond (AVB). In de Algemene Vergadering werd daartegen bezwaar gemaakt omdat AFC dan zeker vier thuiswedstrijden moest spelen op het terrein van stadsgenoot Volharding, dit omdat het veld van AFC in slechte staat verkeerde. De huur daarvoor zou zeker. 20 gulden bedragen en dat vond men eigenlijk te duur. Het seizoen 1897-1898 is voor AFC het eerste in competitieverband. Met goede moed ging men de competitie in. Het resultaat bracht echter diepe teleurstelling en met slechts drie punten uit twaalf wedstrijden en een doelsaldo van 9 voor en 69 tegen, eindigde AFC de laatste plaats. Men had zelfs een tweede elftal ingeschreven, maar ook dat was geen succes. De teleurstelling over het slechte resultaat in de competitie was zo groot dat in de Algemene Vergadering door één van de leden werd voorgesteld de naam van AFC te veranderen omdat de club zich voor de buitenwereld belachelijk had gemaakt. De heer Brass, toen eerste secretaris, was hogelijk verontwaardigd maar het voorstel werd desondanks in stemming gebracht. Met een stemverhouding van 4 voor en 7 tegen werd dit voorstel echter verworpen. In deze periode was het ledenaantal van AFC 42.  In het seizoen1898-1899 kwam AFC toch weer uit in de 2e klasse van de A.V.B. en eindigde daarin op de één na laatste plaats. Maar, het boekte wel haar eerste overwinning door een 2-0 zege op stadsgenoot EDO. De heer E. J. Swaab werd tot voorzitter gekozen. 

Op 18 januari 1900 vierde AFC haar eerste lustrum, met een door Jacques van Ooy georganiseerd reünisten diner. Dit diner zou later uitgroeien tot het jaardiner, dat heden ten dage nog steeds op de verjaardag van AFC wordt gehouden. In de competitie behaalde het eerste elftal een fraaie tweede plaats, al waren er maar vier deelnemers. In de periode1900 - 1905 ging het steeds beter met AFC. De club schreef zich zelfs in voor deelname in de competitie van de Nationale Voetbal Bond (N.V.B.). In een krantenverslag uit die tijd het bericht dat AFC in een nieuw “costuum” verscheen. Voor het eerst droegen de spelers een geheel rood shirt. Dat was daarmee een belangrijke stap naar het uiteindelijke en bekende AFC-tenue. Het tweede elftal zorgde voor het eerste kampioenschap binnen de club, het werd kampioen van de 2e klasse AVB. Hein Brass werd herkozen tot voorzitter. 

Het eerste elftal van AFC in 1902 in Hilversum bij een uitwedstrijd tegen Victoria.

In 1906 werd het eerste elftal voor de eerste keer in haar bestaan kampioen. De vreugde was groot, maar werd direct gevolgd door teleurstelling omdat de Voetbal Bond bepaalde dat AFC geen recht op promotie had. AFC verhuisde naar nieuwe velden in de Watergraafsmeer, achter boerderij “Goed Genoeg”. De club kwam toen al uit met vijf senioren elftallen. AFC was in die tijd onbetwist de eerste voetbalclub in Amsterdam en kwam ook uit met aspirantenelftallen. In die tijd werden ook de eerste clubavonden gehouden. Gerard (Schaf) Scheepens werd gekozen tot nieuwe voorzitter en volgde daarmee Hein Brass op. 1909 was een successeizoen. AFC werd voor de tweede maal kampioen, ditmaal met recht op het spelen van promotiewedstrijden. Een enerverende tweekamp tegen het Leidse Ajax bracht eenmaal verlies en eenmaal een gelijkspel. Geen promotie dus en AFC bleef daardoor gewoon 2e klasser. Zo rond die tijd zien we voor het eerst spelers op een foto, met een zwarte “V” op de borst. We mogen hierdoor aannemen dat vanaf dat moment het zo bekende AFC-tenue zijn definitieve vorm heeft gevonden. “Die AFC-luitjes met hun roode truitjes” wordt een bekende uitdrukking. Het seizoen daarop, 1909-1910, lukte het AFC weer niet om eerste klasser te worden, Concordia werd kampioen en AFC eindigde als tweede. Het tweede elftal werd wel kampioen en promoveerde naar de reserve eerste klasse. Het was voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse voetbal dat een tweede elftal van een tweede klasser in de reserve 1e klasse wist door te dringen. Op 10 oktober 1909 werd er een nieuw clubhuis feestelijk in gebruik genomen. 

In de seizoenen 1910 tot en met 1915 nam AFC met redelijk succes deel aan de competitie van de N.V.B.: viermaal een tweede plaats en eenmaal een derde plaats. Nieuw voor Amsterdam, op initiatief van AFC, was het bezoek van buitenlandse clubs, zoals Bolton Wanderes, de London Caledonians, Borussia en Racing Club de Bruxelles, die vriendschappelijke wedstrijden tegen AFC speelden. 

In de periode 1915 -1920 kende het seizoen 1916-1917 een hectisch verloop, AFC eindigde op een derde plaats en mocht weer deelnemen aan promotiewedstrijden voor één plaats in de 1e klasse. AFC eindigde daarin na een spannende nacompetitie met ’t Gooi, Feyenoord en SVV op de tweede plaats en bleef dus (weer) 2e klasser. Maar door een onverwachte beslissing van de N.V.B. gaf deze plaats toch recht op promotieAFC promoveerde daarom toch naar de 1e klasse. Het seizoen 1917-1918 bracht ongekend succes. AFC (thuis ongeslagen) werd kampioen in de 1e klasse B en mocht gaan deelnemen aan de strijd om het kampioenschap van Nederland. In een spannende nacompetitie met Ajax, Go-Ahead, Willem II en Be Quick eindigde AFC tenslotte op de vierde plaats. Hoogtepunten daarbij waren de beide duels tegen stadsgenoot Ajax in het uitverkochte (oude) stadion. De tweede wedstrijd tegen Ajax kende een sensationeel einde. Nadat Ajax tot 10 minuten voor tijd met 4-0 had voorgestaan, kwam AFC nog terug tot 4-3, maar die eindsprint kwam net te laat. Het seizoen 1918-1919 was wederom zeer succesvol, want AFC werd voor de tweede maal achtereen kampioen en mocht dus weer meedoen in de strijd om het kampioenschap van Nederland. Ditmaal eindigde AFC op een eervolle derde plaats in een zeer spannende nacompetitie met Ajax, Go-Ahead, Be-Quick en NAC. De thuiswedstrijd tegen Ajax werd voor 20.000 toeschouwers gespeeld in het oude stadion en AFC won ditmaal met 2-0. Ajax werd overigens voor de tweede maal achtereen kampioen van Nederland. Voor het seizoen 1919-1920, werden de 1e klasse A en B samengevoegd tot een Westelijke Eerste Klasse. AFC werd daarin opgenomen wat voor de club een groot succes was. De competitie was echter lang en zwaar en na de successen van de afgelopen seizoenen wist AFC zich slechts met moeite te handhaven. 

Zo ontwikkelde AFC zich van 1895 tot 1920 van een klein en nietig clubje, tot een club die na 25 jaren haar bestaansrecht al had bewezen. Het eerste elftal was in die periode viermaal kampioen geworden, had zich opgewerkt tot 1e klasser en had tweemaal mogen meedoen in de strijd om het kampioenschap van Nederland. Het ledental nam in die 25 jaren toe, van 13 in 1895 tot 466 leden in 1920. Van die 466 waren 147 aspirant-lid; jeugdlid zou men tegenwoordig zeggen.

Inloggen

Gegevens vergeten?
Terug naar de site

Account aanvragen

Terug naar de site